Tagarchief: vogels

Op zoek naar de kiwi

We zoeken de kiwi van vogelpark Avifauna. Hij zit verborgen in het nachthok. In deze donkere ruimtes wordt de nacht nagebootst. Bij de ingang van het verblijf zit de torenuil heel trots op het torentje. Hij staart wijs in onze richting. Of hij slaapt of wakker is, weet je eigenlijk niet. Hij heeft de ogen open, maar is verder heel stil.

We stappen het hok in. Het is stikdonker en ik zie wel wat bewegen. Als we er met z’n allen naar kijken, ziet Inge precies op dat moment achter ons iets wegschieten. Misschien is het de kiwi, maar of hij het echt was, zullen we nooit te weten komen. Helaas.

De roofvogelshow wat later, is bijna net zo indrukwekkend als de eerdere show met de papagaai-achtigen. Hier zie ik een gier uit Egypte, in de weer met een ei. Ik heb het beeld laatst in een presentatie gebruikt als metafoor voor een ontbijt met een eitje.

De gier, de arend en de wouw. Ze vliegen over ons heen. Het maakt veel indruk. Alleen de verrassing om de beesten echt te zien vliegen alsof je in de tropen bent. Dat gevoel is wat minder sterk aanwezig bij deze show. Misschien zijn we net verwend, maar het moment dat de ara’s uit het hok kwamen en in onze richting kwamen. Dat gevoel, is onvergetelijk. Wat een prachtig beeld!

Dit is het laatste deel van een 3-delige serie over het vogelpark Avifauna. We zijn er vorig jaar september geweest.

Vogelshow in het zonnetje

Daarna lopen we om de andere kant van de vijver terug naar het park. Genieten van de rode panda’s die heerlijk in het zonnetje liggen, hoog in de boom. Ze kijken soms verstoord op, om daarna met hun neus weer in hun vacht te kruipen.

Het is wel tijd voor de lunch. Naast de paar broodjes die we bij ons hebben, nemen we ook wat patatjes en een kroketje. Onderwijl praten we over alles en niks. De tijd goed in de gaten houdend, want straks begint de grote vogelshow in het midden van het park.

Het is al druk op de tribunes van vogelpark Avifauna. We vinden een mooi plekje en gaan er zitten in het warme najaarszonnetje. Je zou niet denken dat dit het laatste weekend van september is. We weten niet goed wat we hier nu van kunnen verwachten, maar het is overweldigend.

Vanaf het moment dat de hokken aan de overkant van de vijver opengaan, kijk ik met grote ogen wat er hier gebeurt. De grote ara’s vliegen over. De lange staarten achter zich aan. Net als de neushoornvogel of de vele gele parkieten. Wat een schoonheid. Dit is echt genieten en we krijgen er nog een leuk lesje bij ook.

Ze vliegen allemaal langs. Sommige krijsen, anderen volgen gedwee de instructies op van de presentatoren. Alles vliegt en komt langs. Tot en met het bijzondere vogeltje dat de muntjes in ontvangst mag nemen voor het goede doel. Hij weet ze behendig in de collectiepot te stoppen. Alle reden om na afloop contant te betalen.

Dit is het 2e deel van een verslag van een bezoek aan Avifauna, september vorig jaar. Lees morgen het laatste deel.

De vogels van Avifauna

We gaan een dagje naar het vogelpark Avifauna in Alphen aan de Rijn. Mijn moeder kon kaartjes krijgen. Omdat we op haar verjaardag in Aviodrome gratis binnenkonden, krijgen wij dit bezoekje aan het vogelpark. Bovendien zijn we allemaal gek op vogels. Een heerlijke traktatie aan het eind van de zomer.

Het mooie weer is een enorme kers op de appelmoes, om in ‘Van de Valk’-beeldspraak te blijven. We zijn erg nieuwsgierig naar de vele vogels die het park herbergt. Niet alleen bijzondere vogelsoorten, maar ook bijvoorbeeld een grote kolonie ooievaars, net als de wilde aalscholvers en talloze kauwtjes die in het park te vinden zijn.

Al bij binnenkomst worden we enthousiast onthaald door vrijwilligers die tekst en uitleg geven over de vogels. Vandaag is het de dag van de kasuaris, een vogel met een buitengewoon bijzondere kop, het lijkt of er een helm op geplakt zit. Net als de vlijmscherpe klauw, een dolknagel, aan de poten waarmee het dier dat op Nieuw-Guinea leeft, heel goed zijn vijanden te lijf kan gaan. Het dier is lastig te zien. Hij leeft alleen, ze vliegen elkaar anders te lijf. Vandaag houdt hij zich verborgen achter een schotje.

We lopen naar de grote vijver achter, een groot helofytenfilter. Daar is een mooie groep pelikanen en flamingo’s te bewonderen. Net als een paar oude ooievaars. Er hangen bordjes bij die vertellen dat de dieren misschien ongezond ogen, maar ze zijn gewoon oud en mogen hun laatste dagen hier in het park slijten.

We lopen achterlangs de vijver om naar het voeren van de halfapen te gaan kijken. Het is nog niet zover, maar de apen zijn duidelijk te zien al best zenuwachtig. Er zijn ringstaartmaki’s en rode vari’s in dit gedeelte van het vogelpark.

Terwijl we daar op een laag hekje gaan zitten, komen de ringstaartmaki’s dichterbij. De bordjes verbieden om ze aan te halen. Het valt daarom ook best op dat ze zo dichtbij komen. Ze zijn geïnteresseerd in de tas van mijn vader, maar komen even later ook naast ons zitten. Er zit er zelfs eentje even op schoot bij Inge. Ze krijgt zelfs de kans om een leuke selfie te maken. Zo behendig als hele apen is deze ringstaartmaki gelukkig niet. Hij pakt niet brutaal het mobieltje af om er mee te gaan spelen.

De toelichting die de verzorger even later geeft is verhelderend. Ze zijn zo tam omdat ze niet aangehaald worden, blijkt. De kolonie bestaat alleen uit mannen. Alleen de kroonmaki’s bestaat uit een stelletje. Het mannetje verdedigt zijn wijfje tegen alle aanwezige halfapen.

Dit is het 1e deel van een verslag van een bezoek aan Avifauna, september vorig jaar. Lees morgen het 2e deel.

De eerste merel

Het fluiten van de eerste merel van het jaar heeft iets magisch. Ik fiets aan het eind van de werkdag naar huis, rij om via het bos. Als ik de tunneltjes onder de snelweg doorfiets en langs de Mc Donald’s rijd, hoor ik hem boven het geraas van het verkeer uit. Het valt bijna niet op, maar is toch heel duidelijk te horen.

Het is een feest der herkenning, die volle ronde klank, die hoge tonen. Het is de merel, turdus merula. De allereerste van dit jaar! Geweldig, mijn vrienden laten weer van zich horen.

Een heerlijk gevoel: langer licht en ook de natuur die weer van zich laat horen. Het vogeltje zit in de boom naast het fastfoodrestaurant en fluit het hoogste lied. Ik voel mij met hem verbonden. Hoe is het mogelijk. Op de enige boom die hier nog staat, fluit hij zijn voorjaarslied.


Net als dat ik eerder ’s morgens heb gestaan bij de schapen. Ze eten van de bodem. Hoe kunnen ze in deze winterwoestenij nog iets eetbaars vinden. Ze scharrelen tussen de bomen en vinden genoeg om op te kauwen. Zo keert het leven weer terug in de natuur.


Als ik Stedenwijk binnenfiets, hoor ik de tweede merel van dit jaar. Alsof ze met elkaar hebben afgesproken dat het weer kan. Er mag weer gezongen worden en daarom zingen ze het hoogste lied. Na de zanglijsters is het nu de beurt aan de merels. Het voorjaar hangt in de lucht…

Schemering – wintertochtje (2) #omzwervingen

Ik open een luikje in de observatiehut en tuur naar buiten. Het is rustig op het water. Alleen een stel ganzen gakken over het water. De witte lijven dobberen voor de bosrand.

Verder is het stil. Het klotsende water tegen de donker wordende wolkenhemel. Als ik terugfiets over het paadje naar het grote fietspad geniet ik.

Hoe mooi de zachte kleuren zijn in dit jaargetijde. Het gele riet en de donkere boomstammen. De lichtgrijze hemel die duidelijk door de kale takken heen komt. Het is zo anders dan de felle lichten van de zomer. Het lijkt wel of dit de mooiste tijd van het jaar is.

Ik sla af in de richting van de natte graslanden. De enige tegenliggers die ik zal tegenkomen als ik aan deze kant van de Lepelaarplassen fiets. Daar tref ik een afgebroken boomstam aan.

Hier zijn bevers bezig geweest, niet al heel lang geleden is duidelijk te zien. Het ziet er als vers aangevreten hout. Ik speur over het water of ik een beverkop boven het water uit zie komen. Helaas.

Het is hier drassig. De koeien van afgelopen zomer zijn weg. De bomen zijn kaal, maar het weinige licht is voldoende om kleuren te zien en te genieten.

Ik zie soms een hele kleine rietvogel wegschieten over het fietspad. Het is even een heerlijk moment voor mij alleen. Zo’n moment waar je nog dagenlang van kunt nagenieten.

De stad flikkert in honderden lichtjes over het water. Op de Hogering zie ik de lampjes van het verkeer, wit en rood. De avondschemering laat de maan al zachtjes schijnen door de dunne bewolking.

Het is niet ver meer en ik rij helemaal in het donker als ik weer door de Noorderplassen rijd naar huis.

De Gateway Diner staat in het volle licht als ik het Beatrixpark doorfiets. Alles verder donker. De bewegende rode lampjes laten zien dat er voor mij een hardloper rent.

Als ik hem over het bruggetje passeer, duik verder de duisternis in. Het is nu echt avond. Door de uitgedunde bosrand van het park kan ik het verkeer zien razen.

Bijna thuis.

Wintertochtje – #omzwervingen

De winter nadert. Het duurt niet lang meer of de kortste dag komt. Het is zondagmiddag en ik wil nog graag even naar buiten. Ik stap op mijn fiets en rij in eerste instantie in de richting van het kasteel, maar dan besluit ik net na het ziekenhuis af te slaan om naar de Lepelaarplassen te rijden. Zo lang niet geweest heb ik behoefte aan een update.

Zo rij ik even later langs het Hannie Schaftpark. Het heeft geholpen dat ik vandaag gewerkt heb aan de lijst met blogs voor 2016. Zo kwam ik uit bij de blog met foto’s waar ik op dit fietspad rij. Nu zie ik de bomen kaal aan weerszijden van het fietspad. Het bos is een stuk kaler. Slachtoffer van de kapdrift van de gemeente Almere. Geen boom lijkt hier te mogen blijven staan.

Ik rij over de dreef de vaart over en pak dan het fietspad langs de sportvelden in de richting van het Wilgenbos. Er hangt een dikke bewolking boven de stad en ik merk dat het meeste licht vandaag wel geweest is. Over het kiezelpad langs het water van de vaart. Dan kom ik bij de sluizen.

Geen fietser of wandelaar kom ik meer tegen. Vlak achter de sluis de rij met knotwilgen, waartussen de eenzame dennenboom staat. Hoe is dat boompje hier gekomen en waarom is het hier blijven staan?

Het is helemaal leeg in het Wilgenbos. De bladeren op het fietspad maken het nog spannender. Ik herinner mij hoe ik hier een paar weken geleden fietste vlak voor zonsondergang. Het donkere bos om mij heen en ook zoals nu, niemand tegenkomen.

Ik geniet van het kronkelige pad en stop alleen om een plantje met mooie weelderige bolletjes erop op de foto te zetten. De bramenstruiken erachter, met een knipoog naar de zomer om ze weer leeg te mogen plukken.

Door in de richting van het gemaal. Als ik over het bruggetje rij, zie ik iemand aan de overkant op het bankje zitten. Hier plukte ik een paar maanden geleden nog bramen. Het waren er niet veel. Met mijn fiets zonder versnelling weet ik niet helemaal boven te komen zonder af te stappen.

Ik steek over, over de sluis en kijk naar de Trekvogel, het bezoekerscentrum. Deze barak is het eerste en daarmee oudste huis van Almere en staat nog steeds op zijn oorspronkelijke plek. Hier werkten de eerste pioniers om de polder droog te malen. Het gebouw is sfeervol verlicht.

De weg over, daal ik weer af van de hoge dijk. Een man heeft zijn fiets in de berm gelegd om een bijzondere vogel te bekijken. Ik rij over een spiksplinternieuw bruggetje langs de wilgenrijen en bramenstruiken. Tot ik bij het insteekje kom naar de uitkijkhut aan de plas. Het begint al een beetje te schemeren en als ik bij de hut kom, staan alle plankjes voor de uitkijkgaten.

Lees morgen het tweede deel van deze fietstocht Schemering

Vogels

img_20161201_213213
Een tijdje terug zat ik in vergadering op de bovenste verdieping van mijn werk. Het was prachtig, helder weer en ik zag hoe 2 roofvogels prachtig om elkaar heen cirkelden. Het had wel weg van een paringsdans of misschien bepaalden ze hun leefgebieden, maar ik kon even heerlijk ontsnappen in een saaie meeting.

Het zijn taferelen waar ik echt ontzettend van kan genieten. Redmond O’Hanlon woonde op uitnodiging van de Floriade een tijdje in het lege gebouw van de voormalige duikersschool bij het Weerwater. Vanuit het huis keek hij uit op het Vogeleiland. Een prachtig klein gebiedje dat aan de aandacht van mensen is ontsnapt en waar de natuur zich heel verrassend ontwikkelt.

De menselijke aandacht is nu wel op het gebied gericht. De gemeente heeft het gebied aangewezen voor de Floriade in 2022. Een evenement waar veel discussie over heerst. Ik zie veel protesten op de fietspaden gekliederd in grote letters tegen dit evenement. De keuze voor dit gebied als Floriadeterrein is in mijn ogen ook echt verkeerd.

Met name op het Vogeleiland leven veel dieren. Bevers, er is een schildpaddenkolonie en vogels als de havik hebben hier hun leefgebied. Redmond O’Hanlon laat het in zijn films ook prachtig zien. Zo dicht bij de stad beleeft hij veel avonturen met de dieren die hier wonen. Het geeft de stad extra gewicht en juist een groen evenement als de Floriade zou de natuur in dit gebied niet mogen verstoren.

Helaas mag Redmond daar niks over zeggen. Wiens brood men eet, wiens woord men spreekt, luidt het spreekwoord. Wel jammer dat uitgerekend een natuurschrijver als Redmond O’Hanlon dit lot treft.

Gelukkig helpt de trage besluitvorming wel mee om nog even te genieten van dit stuk. Als ik de vogels, schildpadden en bevers was, zou ik een rechtszaak beginnen. Grote kans dat je wint.

Redmond Petje

img_20161201_213116Het Redmond Petje. Een begrip hier in huis. Ik draag het linnen hoedje als ik de natuur inga. Heerlijk genieten van de Lepelaarplassen of op een fietsrit naar het Naardermeer. Ik heb het petje op mijn hoofd. Bij het fietsen door Twente afgelopen zomer, droeg ik het eveneens. Heerlijk.

Toen ik las dat Redmond O’Hanlon in de bibliotheek zou komen vertellen over zijn Almeerse avonturen, wist ik het: ik neem mijn Redmond Petje mee. Na afloop vraag ik hem of hij het wil signeren. Dit deed ik ook omdat er de mogelijkheid was om je boeken te signeren. Ik had geen boek bij mij, maar het petje waarmee ik de natuur in ga.

Hij was licht verbaasd dat ik hem vroeg juist het petje te signeren. ‘Het is de eerste keer in mijn leven dat ik een pet signeer’, zei hij tegen de cameraman die hem vergezelde. Hij herkende de pet, wees op de kleine luchtgaatjes aan de zijkanten. ‘Deze pet heeft mij heel veel horzels voor mij weggehouden.’

img_20161130_215108

Ik vertelde hem dat ik de pet mee de natuur in nam en dan even aan hem moest denken. Hij citeerde als antwoord Joseph Conrad: ‘Een man ontleent zijn identiteit aan zijn hoed.’ De hoed heeft voor mij extra identiteit gekregen. Vanaf nu is het écht mijn Redmond Petje.

Stoere piemels

img_20161106_143028.jpgDe verhalenbundel De stadsvogelaar van Jip Louwe Kooijmans is heerlijk om te lezen. Hij schrijft op een aanstekelijke manier over de vogels en mensen die hij tegenkomt. Tussendoor tokkelt hij graag op zijn gitaar. Het is een mooie combinatie: muziek maken en naar vogels kijken en luisteren.

Als de verteller op een dag in de supermarkt staat te wachten voor de kassa, komt er een heel aantrekkelijk liedje op zijn pad. Een peuter gaat pontificaal in de open ruimte voor de kassa’s staan:

Hij stak zijn handen in zijn zakken, duwde zijn kruis naar voren en begon luidkeels te zingen: stoere piemel, stoere piemel! Stoere piemel, stoere piemel! (68)

Hij zingt zo toonvast en in een staccato metrum dat het de verteller enthousiasmeert. Hij hoort er een leuk deuntje in voor een liedje. Hij snelt met de boodschappen naar huis, legt de gitaar op zijn knie en slaat het eerste akkoord aan:

Voor het raam hingen mantelmeeuwen roerloos in de wind. Zoals ze daar de dag hiervoor ook hingen en – mits het weer niet om zou slaan – morgen ook weer zouden hangen. Ik keek naar de meeuwen en ik keek naar mijn gitaar. Misschien is het niet de dag dat de wereld verandert, dacht ik bij mijzelf. (70)

Het is die heerlijke ontnuchtering van de vogels die je als lezer ook wakker maakt. De schoonheid van buiten is sterker dan de schoonheid van binnen dat je alleen maar stil kunt zijn.

Ik herken veel in die heerlijke verhalen van Jip Louwe Kooijmans. Hij weet het zo treffend uit te drukken, terwijl de vogels altijd aanwezig zijn. Ze vliegen hoog, vliegen laag of drijven. Maar ze zijn er. In alle verhalen.

Jip Louwe Kooijmans: De stadsvogelaar & andere verhalen. Soesterberg: Uitgeverij Aspekt, 2016. ISBN: 978 94 6153 9182. 110 pagina’s. Prijs: € 12,95.Bestel

Visser, vis en meeuw

img_20161106_143223.jpgIn Jan Wolkers’ Brieven aan Olga zijn naast de plastische beschrijvingen van het vrouwenlichaam ook veel andere aspecten uit Wolkers’ latere literaire werk terug te vinden. Zoals de gedetailleerde natuurbeschrijvingen. Hierin is de verteller ook vaak de held en redder van de dieren.

Hij loopt in Parijs langs de Seine en ziet daar de vissers met hun hengels aan de rivier zitten. Ze halen het ene visje na het andere binnen. Tot een meeuw de lekkere hapjes in de gaten krijgt. Terwijl een visser een zilveren visje binnenhengelt, grijpt de meeuw zijn kans. De vogel slikt de vis met haakje en al in.

Het dier wil steeds wegvliegen, maar wordt daarbij tegengehouden door de vislijn. Eindelijk weet een visser het draad aan te spannen en met hulp van een andere visser vangen ze de gevangen meeuw in een schepnet. Het is nog gevaarlijk ook. Het dier pikt flink om zich heen. Hier staat de held Wolkers op:

Een visser heeft hem toen met een stokje zijn bek open gehouden, en ik heb heel voorzichtig de haak uit zijn tong gehaald; gelukkig was die niet in zijn maag terechtgekomen. Even later vloog hij weer vrolijk over de Seine. Het is dus gelukkig een tragedy met een happy ending geworden. (68)

Later weet Wolkers in zijn literaire werk ook dit soort beschrijvingen te geven. Het verblijf op Rottumerplaat in 1971 staat bol van de natuurbeschrijvingen. Hij staat daar met zijn voeten midden op de zandplaat, eet kokkels en probeert een strandlopertje te redden. Of later als hij Texel bezoekt met zijn vriendin Karina, staat hij bekend als de Tarzan van de schapen. Omdat hij elk schaap dat op zijn rug ligt, overeind helpt.

In het literaire werk vervullen de dieren die de hoofdpersonen proberen te redden, vaak een symbolische rol. Zoals in De roos van vlees waarin de held een waterhoentje vergeefs uit het ijs bevrijdt. Het staat symbool voor het verlies van zijn dochter, die hij ook niet in leven kon houden.

Het zijn van die aspecten die je terugleest in Brieven aan Olga. Daarmee laten Wolkers, maar misschien nog meer de tekstverzorger Onno Blom zien dat Jan Wolkers al voor zijn echte schrijverschap druk bezig was met schrijven. De getypte brieven aan Annemarie Nauta demonstreren dat overduidelijk.

Jan Wolkers: Brieven aan Olga. Bezorgd en ingeleid door Onno Blom. Amsterdam: De Bezige Bij, 2010. ISBN: 978 90 234 5514 1. 152 pagina’s. Prijs: € 19,90. Bestel