Tagarchief: wandelen

De grens, de zee

De grens van het water is de derde grens die Dolph Cantrijn op de voet volgt bij zijn wandeling Nederland rond in 80 dagen. Het is iets minder de helft van de totale afstand hij aflegt op zijn voetreis langs de rand van Nederland.

Op dag 43 komt hij bij de Dollard en volgt het water van de zee. Hij loopt over dijken en het strand. Zo volgt hij de kustlijn, waarbij de wandeling over de Afsluitdijk zeker indrukwekkend is.

De teruggeplaatste grafstenen op de dijk, waar eens het kerkhof stond van het verdwenen dorp Oterdum. En hij gaat op zoek naar de Noordelijkste grenspaal, nummer 888 in het water van de Dollard. Hiervoor vaart hij mee op een loodskotter.

Als het eb is, kun je er naartoe lopen. Helaas komt de loodskotter er niet in de buurt, omdat het schip anders in het zand vast komt te zitten. (51)

Net als het bezoek aan een Tibetaans klooster, de zoektocht naar het fotogenieke witte dobbepaard en de enorme Maasvlakte waar hij de zeehonden ziet. Overigens mocht hij al eerder op zijn reis bij Lauwersoog een zeehond loslaten, een zogeheten huiler. Het dier heeft zijn naam meegekregen.

Het zijn allemaal mooie verhalen van de oude man en de zee. De smokkelavonturen zijn even naar de achtergrond verschoven, om bij de grens met België weer terug te komen. Daarmee is de cirkel van Dolph Cantrijns wandeling langs de rand van Nederland helemaal rond: een rondje Nederland in 80 dagen!

Dolph Cantrijn: Nederland rond in 80 dagen, Wandeldagboek. Redactie: Lindy Popma. Arnhem: Uitgeverij Gegarandeerd onregelmatig, 2016. ISBN 978 90 7864 1490. 96 pagina’s. Prijs: € 6,95. Bestel

Kijk voor routes op volgdolph.nl

Grenspalen

De wandeling die Dolph Cantrijn maakt langs de rand van Nederland, voert voor een groot deel langs grenspalen. Sommige gedeeltes maken echt indruk, zoals langs het smalste stukje Nederland dat nog geen 5 kilometer breed is. Of de snelweg tussen Heerlen en Roermond die door een stukje Duitsland loopt. Nederlandse auto’s mochten hier overheen rijden, maar absoluut niet stilstaan.

Verderop in Gelderland, voorbij Huppel ziet hij het Zwillbrocker Venn, een natuurgebied met een grote populatie flamingo’s. Een telefoon aan een boom verraadt waar de grens loopt. Bij Losser loopt de burgemeester een stukje met hem op. De burgervader doet niet onder voor de fotograaf. Met evenveel gemak springt hij in pak over de slootjes of struint hij door het bos. Alles om precies op de grens te lopen.

Het zijn veel smokkelverhalen die Dolph bij de Belgische en Duitse grens hoort. Sommige verhalen zijn al erg oud en best grappig. Zoals de ‘stevige’ vrouw bij Dinxperlo die een lading boter onder haar jas draagt. Ze wordt door de commiezen bij de kachel gezet om op die manier betrapt te worden.

Maar andere verhalen zijn wat serieuzer. Zoals opa Hannes, de smokkelaar, die zijn leven opoffert voor 25 kilo koffie. Of de voorouders van Ruud Lubbers die biggen in jute zakken over de grens smokkelden:

Om te zorgen dat de varkens niet ging krijsen, smeerden de smokkelaars hun bek in met groene zeep. Daardoor hielden de beesten zich koest als ze stiekem de grens over werden gebracht. (45)

Dat de grens zelf in deze tijd met open grenzen nog altijd parten kan spelen, bewijst het frietkot bij grenspaal 289:

De frieten worden gebakken in België. De toonbank is op de grens en de verkoop gebeurt in Nederland. De ligging is al tijden een doorn in het oog van de autoriteiten. In welk land moet belasting worden betaald? (79)

Heerlijke verhalen op de grens van Nederland. En de scheidslijn is nooit zo zuiver te stellen als je soms zou willen. Het levert een mooi boek op van de spannende wandeling die Dolph Cantrijn maakt.

Dolph Cantrijn: Nederland rond in 80 dagen, Wandeldagboek. Redactie: Lindy Popma. Arnhem: Uitgeverij Gegarandeerd onregelmatig, 2016. ISBN 978 90 7864 1490. 96 pagina’s. Prijs: € 6,95. Bestel

Kijk voor routes op volgdolph.nl

Wandelen om Nederland

De fotograaf Dolph Catrijn ken ik van de foto die hij van mij maakte bij de Groene Kathedraal. Voor het tijdschrift Genoeg maakte hij deze foto over mijn wolkenblog. Het schrijven van het bijbehorende stukje zou hem een stuk moeilijker afgaan, vertelde hij bij het maken van de foto’s. Hij is meer fotograaf dan schrijver.

Dat hij ook heel mooi kan schrijven, bewijst hij met zijn wandeldagboek Nederland rond in 80 dagen. Het is het verslag van een reis langs de grens van Nederland. Hij begint vlak onder zijn woonplaats Tilburg en loopt dan via Limburg, Gelderland, Overijssel, Drenthe en Groningen naar de Waddenzee. Vanaf dat moment is de zee zijn grens, totdat hij in Zeeland weer uitkomt bij België. Het laatste stuk loopt hij langs de grenslijn weer naar huis in Tilburg.

Ik heb zijn wandeling in 2014 gedeeltelijk meegekregen via zijn Facebook-pagina. Het viel mij toen al op en ik was erg enthousiast over het idee. Dit jaar is het verslag van zijn reis samengekomen in het boekje Nederland rond in 80 dagen. Het is zeker een erg inspirerende wandeling. Bovendien is het een mooi alternatief voor de route naar Santiago of Rome die zoveel anderen met een midlife-crisis lopen.

Met een licht strohoedje en een rugzak gaat Dolph Cantrijn Nederland rond. Het levert mooie ontmoetingen en verhalen op. Zo schrijft hij ontroerend over de Dodendraad die in de Eerste Wereldoorlog tussen Nederland en België liep. De verhalen blijven bijna 100 jaar later even indrukwekkend. Of zoals Dolph het schrijft tegen het einde van zijn wandeling:

De persoonlijke verhalen komen elke keer hard bij me binnen. (84)

Aan het begin van zijn reis, schrijft hij ook over de Dodendraad. Twee dames proberen onder de hoogspanningsdraden te kruipen. Ze zijn nu nagemaakt en zonder stroom, maar laten wel iets zien van het gevaar waarmee mensen in de oorlog de andere kant proberen te halen. Het verhaal van de kleuter Peter Wuyts die in 1916 tegen het draad oploopt en op een gruwelijk manier overlijdt, komt nog altijd hard aan. Zijn vader zag het gebeuren en moest door omstanders bij het draad worden weggehaald.

Dolph Cantrijn: Nederland rond in 80 dagen, Wandeldagboek. Redactie: Lindy Popma. Arnhem: Uitgeverij Gegarandeerd onregelmatig, 2016. ISBN 978 90 7864 1490. 96 pagina’s. Prijs: € 6,95. Bestel

Kijk voor routes op volgdolph.nl

Veluwse bosbessen

BossenbessenstruikenWe pakken een stukje Veluwe om te kijken of daar bosbessen groeien. Het is iets van de snelweg af en ik herinner mij van de fietsvakantie dat vanaf het pad heel veel bosbessenstruiken te zien waren. Het is de weg die naar de spoorwegovergang bij Assel leidt waar ik in 2010 midden in de nacht pauzeerde bij de barre tocht door de Veluwe.

Iets verderop begint dan de hei. Hier heb je prachtige vergezichten en de bochtige weg brengt je naar kleine bossen waar de bosbes welig groeit. We rijden de snelweg af en pakken dan de snelste weg. Een paar honderd meter verderop is de weg ineens veranderd in een zandweg en hobbelen we over de keien.

Tunneltje naar Assel op de Veluwe
Dan is daar een stukje bos en zien we de eerste bosbessenstruiken. We parkeren vlak voordat de weg onder de snelweg gaat via het betonnen tunneltje. Naast de zendmast om de automobilist op de Veluwe genoeg bereik op zijn mobiel te geven. We horen het verkeer razen en lopen een stukje terug naar de struikjes.

Inderdaad zijn dit bosbessenstruikjes. Onder de kleine groene blaadjes ontwaren we de donkerblauwe bessen. Het zijn er opnieuw niet zoveel. Ook zijn de vruchten erg klein, maar we slaan aan het plukken. Ik zie hoe de wilde zwijnen hier gewroet hebben aan de rand van de weg.

Schade door de wilde zwijnen

We gaan dieper het bos in en vinden steeds meer struiken. Ze zijn ook wat groter en hoger. Ook zitten er meer bosbessen aan. Zo kom ik in de tranche en vergeet alles om mij heen. Alleen de bessen zie ik en ik pluk ze van de struiken. Het is de Zen van het plukken. Je voelt je alleen in het hier en nu. Geen gepieker over verleden of toekomst. Alleen hier telt.

De bessen zijn ook hier erg klein. Het lijkt wel of de emmer maar niet vol wil raken. Sommige struiken hebben best veel bessen, maar ze zijn klein. Heel soms vind je een iets grotere bes, maar in mijn herinnering waren in vroeger dagen bij een goed jaar alle bessen minimaal zo groot. Nu moeten we het hebben van voornamelijk klein grut.

Half emmertje met geplukte bosbessen

Zo belanden de bessen in het emmertje waarin snoeppaprika’s gezeten hebben. De emmer is al halfvol en na nog even doorplukken, raakt hij tegen de rand. Inge is naar de andere kant van de weg geklommen en plukt daar de struiken leeg. De emmers raken voller en voller. Ik stop wat we geplukt hebben in een vrieszakje uit angst dat de pluk omvalt en in de aarde verdrinkt. Bij het plukken vroeger gebeurde dat maar al te vaak en dat wil ik nu niet laten gebeuren.

Ik ben het ritme en de cadans van eerder kwijtgeraakt. De zon vertelt dat het al avond is geworden. Daarom stoppen we en aanvaarden de terugreis. Over de spoorwegovergang van Assel rijden we naar Hoog Soeren, waar ik vorige zomer met Doris langs het kerkje reed. Nu rijden we verder en kiezen de rustige weg naar huis.

De weg waar wij de bosbessen hebben geplukt

En overal zien we langs de kant van de weg bosbessenstruiken groeien. Thuisgekomen gaat het zakje op de weegschaal, want we zijn verschrikkelijk benieuwd hoeveel we nu geplukt hebben. Zou het een kilo zijn? De weegschaal verklapt het: 924 gram. Net geen kilo. En hoeveel potjes jam kun je daarvan makem?

Dat weten we even later. 6 potten jam: 3 grote en 3 kleintjes. En de smaak… Eerst moeten we nog het Heuvelrugpotje van vorige week opmaken.

Doe jij weleens iets anders bij het lezen? – #50books vraag 17

image

Een kennis uit mijn jeugd liep ik weleens tegen het lijf als ik de hond uitliet. Hij wandelde dan met zijn dochtertje. Ze fietste voor hem uit op haar fietsje met zijwieltjes. Het kind kreeg af en toe een klein duwtje van hem.

Hij was niet een en al aandacht voor haar, want hij had een opengeslagen boek in zijn hand en las tijdens het lopen. Af en toe keek hij op van zijn boek en zo hield hij haar in de gaten. Het zag er best komisch uit, maar ik begreep niet helemaal waarom hij dat deed.

Heel soms heb ik het ook, dan is een boek zo spannend en loop ik al wandelend mee. Ook neem ik boeken mee als ik een afspraak bij de tandarts of dokter heb. Dan kan ik de wachttijd een beetje doden met het lezen van een mooi verhaal.

Dat brengt mij bij de vraag of je weleens iets anders bij het lezen doet. Zit je altijd braaf in je stoel bij het lezen? Of drink je een kop koffie, een glaasje wijn? Of eet je een boterham terwijl je leest? Of maak je al lezend een wandeling? Of lees je onderweg in de trein?

Overigens schijnen monniken en geleerden al lopend te lezen. Lopen en lezen tegelijk schijnt de bloedsomloop te bevorderen en daarmee het begrip te vergroten. Of dit nu op een waarheid of een mythe berust, weet ik niet. Het is misschien een excuus om al lezend te mogen lopen.

Vraag 17

Dat brengt mij op de volgende boekenvraag:
Doe jij weleens iets anders bij het lezen?

Blog mee over #50boeken

Schrijf een blog over de vraag van vandaag en laat hieronder in de reactie een linkje naar je site staan. Heb je zelf een idee voor een vraag? Ze zijn van harte welkom. Mail gerust een vraag of stel hem in via het contactformulier.

#50books

De leesvraag #50books is een initiatief van Peter in 2013. Martha nam het in 2014 over en in 2015 ging Peter zelf weer verder. Vanaf de eerste vraag doe ik regelmatig mee. Naar overzicht van alle vragen.

Legale olifantenpaden

image

Een fenomeen dat ik wel kende, maar niet wist hoe het heette: olifantenpaden. Ik maakte er kennis mee met de serie: Nederland van boven. Daar vielen de afsnijdsels van de reguliere wegen onmiddellijk op vanuit de lucht. Een strakke bocht in een fietspad of voetpad wordt ingekort tot een snel pad door het gras. Gedurende de tijd ontstaat er een looppad en dat heet een olifantenpaadje.

In het park lopen ook een paar olifantenpaadjes. Het zijn die heerlijke ingekorte paden die soms zelfs een stukje tussen de bossages pakken. Zo dwaal je heerlijk weg en waan je je zelfs even helemaal alleen op de wereld. Het zijn die paadjes die er eigenlijk niet zijn. Ze zijn niet bedacht maar spontaan ontstaan. Daardoor hebben ze iets aantrekkelijks.

Tot mijn verbazing had de gemeente laatst de olifantenpaden in het park voorzien van een dikke zandlaag. Blijkbaar met de bedoeling om de paden een officiële status te geven. Zo hoeft niemand zich een onnodige weg te banen tussen de struiken, maar is het een vereffend pad zonder verdere obstakels.

Het haalt gelijk iets van de dynamiek weg. Zo sterk zelfs dat ik laatst maar het bestrate pad nam in een poging de geheimzinnigheid weer op te roepen. Als een olifantenpaadje officieel wordt, verdwijnt de hele bestaansrecht van het illegale paadje.

Triomf – #WoT

imageVier avonden achter elkaar gelopen voor dat stukje metaal: de medaille. Vanavond kreeg ze hem uitgereikt. Het was droog gebleven, al kostte het vanavond veel moeite om in beweging te komen.

imageWe kropen de eerste kilometer vooruit. De paadjes in het park waren te modderig en te smal om ons snel door te kunnen laten. Na de pauze kwam de triomftocht. Trotse kinderen, dwars door de stad.

imageDe laatste meters waren echt een feest. We hadden niet eens meer in de gaten dat we liepen. Als iets verderop ook nog eens het schoolhoofd staat met rozen, dan is het extra feest.

imageBij de finish kreeg ik de medailles voor het lopen van de vierde avondvierdaagse in mijn handen gedrukt. Ik mocht de medailles uitdelen aan de leerlingen. Ze waren trots. En ik gaf er ook één aan een vader. Hij was net zo trots.

Avondvierdaagse

imageGillen in tunneltjes, zingen en snoepen. Het is weer avondvierdaagse. Net zo’n traditie als Sinterklaas, het paasontbijt en het kerstdiner. We vormen ook een hecht clubje van ouders en kinderen. Weten al precies wie er altijd te laat komt en wie er onderweg achteraan loopt te sjokken met zere voeten.

Ik baal altijd van het tijdstip en de plicht er elke avond weer om kwart voor zes mij te melden. Als het dan ook nog eens regent, moet ik flink wat moed verzamelen om toch naar het startpunt te fietsen.

Maar als het dan eenmaal zover is en we eindelijk lopen

imageDe groep waarmee ik loop, loopt altijd achteraan. Er zitten een paar ouders tussen die laat komen. Het lijkt dan dat alle avondvierdaagsewandelaars vertrokken zijn en wij nog staan te wachten. Gelukkig laat ik dan mijn leiderschapskwaliteiten gelden en jut de groep een beetje op tempo te maken.

Het eerste jaar staarden ze mij verbaasd aan, maar nu beginnen ze er toch de sokken in te krijgen en komen we rond zessen in beweging. Dan sluiten we aan bij de rest en sjokken met de snelheid van een rouwkoets vooruit.

Vandaag regende het ook nog eens. Net als het gillen in tunneltjes, snoepen en zingen, hoort dat ook bij de avondvierdaagse. Het sijpelde in een voortdurende stroom naar beneden. De meesten liepen in een plastic poncho over hun jas. Ik droeg de regenjas en een paraplu erboven. Zo werden alleen de broekspijpen van onderen nat.

imageHet duurde lang voordat we bij de pauzeplek waren want we moesten lang in de rij wachten. Andere groepen die pauzeerden beletten de weg. De moeders die voor de koffie en fris zorgden hadden alles al klaargezet. Zo konden we snel weer verder.

Het tempo was gelijk een stuk hoger. De tongen werden losser en de regen stopte. Zo kwamen we langzaam weer terug bij het begin. We passeerden rakelings de plaats waar we gisteren pauzeerden en liepen in een rechte lijn naar het startpunt.

Dan is het eigenlijk best gezellig, ontdek je al wandelend. Zo in een lange rij achter elkaar aan. Je spreekt weer eens andere mensen en hoort gelijk wat er allemaal op school leeft. Ik ben dan snel het haasten met eten en het andere opschieten vergeten. En zij heeft de hele rit lopen genieten.

Daar doe je het toch allemaal voor.

image

Dicht bij huis genieten

imageEr zijn mensen die vinden dat je elke dag iets anders zou moeten doen. Ze denken dat iets anders iets nieuws oplevert. Er zijn mensen die hele wereld over reizen op zoek naar iets nieuws. Ze zien niks nieuws, want ze nemen zichzelf mee en vergeten dat ze alles door dezelfde bril zien.

Bovendien vergelijken ze alles wat ze zien. De zee die ze nu zien vergelijken ze met al die andere zeeën die ze hebben gezien. De berg met al die andere bergen en het bos met al die andere bossen. Ze zien dus iets anders, maar ze vergelijken het met wat ze eerder zagen.

Paul Theroux noemt dat heel mooi als hij in de trein zit met een stel toeristen, op weg naar Machu Picchu. De toeristen vertellen honderduit aan de anderen waar ze allemaal geweest zijn en zien niet waar ze nu zijn.

Reizen heeft ook weinig met iets nieuws zien te maken. Zelden ontmoeten toeristen echt de ander. Ze leven in hun eigen cocon en kijken met het boekje in de hand. Dat reizen vertelt meer wie ze zijn, dan dat ze zichzelf leren kennen via de ander. Ze willen de buitenwereld vertellen waar ze niet allemaal geweest zijn. Reizen is meer status dan een beleving.

Ik las een mooie bevinding van Steven Gort. Hij schreef dat hij onlangs ontdekte hoe mooi zijn achtertuin is. Vlakbij huis was hij het bos in gegaan en zag dingen die hij niet eerder gezien had.

Ik moest denken aan Martin Bril. Hij stelt in het essay ‘De kunst van het wandelen’ dat een wandeling niet te lang mag duren (een uur maximaal) en dat je het liefst dezelfde wandeling moet maken. Je ziet iets als je er vaak aan voorbij gaat. Er vallen pas dingen op als je ze vaak ziet.

Sinds ik dat gelezen heb, houd ik er rekening mee. Je kunt de mooiste uitgestippelde routes lopen. En soms doe ik dat ook, maar het rondje hier door het park is mij het dierbaarste. Ik loop het elke dag, niet precies hetzelfde, maar ongeveer dezelfde paadjes. Ik markeer mijn route met een serie foto’s die ik onderweg maak.

Verder kijk ik vooral, naar de dingen waar ik eerder achteloos aan voorbij liep. Ik zie en hoor dan dingen van dat moment. Gisteren waren de blaadjes ook groen, maar niet zo groen als vandaag. De lucht licht anders dan een dag eerder. Net als dat het geluid van de vogels anders fluit dan gisteren.

Het is het moment dat je dan proeft. Het moment. Je wordt niet afgeleid door het nieuwe en onbekende. Je kunt het gebied in je opnemen zoals het is. Je kent het immers, weet precies waar de bomen staan en hoe het licht valt. Je wordt niet afgeleid door het verhaal dat je straks thuis moet vertellen van wat je allemaal aan nieuwe dingen gezien hebt.

Nee, je staat er gewoon en voelt de lucht strelen, ziet het licht vallen, hoort wat er op dat moment is.

Ik vind dat zo heerlijk en intens. Ik hoef helemaal niet meer weg. Of zoals dat boertje eens vertelde die nog nooit de zee had gezien. ‘Ik ben nog lang niet klaar met wat hier allemaal is. Waarom zou ik dan de zee moeten zien?’

Lopen en fietsen in boeken – #50books

image

Ik ben niet zo’n sporter. De combinatie van sport met een bewegingsloze activiteit als lezen is voor mij bijna onmogelijk. Een boek als de Renner van Tim Krabbé laat mij koud. Net als de Mont Ventoux van Bert Wagendorp waarmee lezers op dit moment wegrennen.

Geef mij maar de combinatie van het wandelen met de natuur. Zoals in het Natuurdagboek van Nescio. In dit boek maakt hij prachtige wandelingen tussen Amsterdam, Naarden, Hilversum, Breukelen en Vinkeveen. Ook pakt hij hier regelmatig de fiets. De activiteit van het wandelen of fietsen staat hier niet voorop. Meer de natuur die hij onderweg ziet.

Het staat gelijk met het peddelen dat Paul Theroux in zijn Gelukkige eilanden doet tussen de eilanden in de Stille Oceaan, het wandelen van Jan Blokker jr. op zijn voettocht naar Rome of het fietsen van Ilja Leonard Pfeiffer op zijn fietsrit naar Rome.

De laatste is niet-sportief en rijdt op een in de haast gekochte tweedehands racefiets. Sporten in de meest ultieme vorm: onvoorbereid en op een stukkende fiets. Het reisdoel is belangrijker dan de manier waarop hij er komt. Tegelijkertijd geniet ik van de ontberingen en de overwinningen.