Gisteren stuitte ik op Familieverhalen uit Zuid-Afrika, Een groepsportret van Paul Faber. De familie en de oorsprong is een belangrijk gegeven in Zuid-Afrika, dat wist ik al. Het boek vertelt de geschiedenis van negen families. Met Xhosa-namen als Mthethwa, maar ook Nederlands aandoende namen als Plaatje en Steyn, of een Franse naam als Le Fleur. Overigens betekent een Europees aandoende naam niet dat er geen invloed van de oorspronkelijke bewoners in de familie is.
Er staan mooie portretten in, zoals van de jazz-zangeres Dolly Rathebe en van de moslim-familie Manuel. Ontroerende verhalen, boordevol met foto’s uit de familiealbums. Ook de afbeeldingen van kledingstukken, de doopjurk van de familie Steyn (van voor 1920) en het vest dat Hadji Bakaar Manuel kocht bij zijn bedevaart naar Mekka in 1903.
Het boek hoorde bij de gelijknamige tentoonstelling van het Koninklijk Instituut voor de Tropen. Daar zal veel van het gefotografeerde zijn tentoongesteld.
Een familiegeschiedenis speelt binnenkort ook een belangrijke rol in de nieuwe televisieserie Stellenbosch, die vanaf 4 november op de televisie te zien is. Ik heb al de eerste twee afleveringen van de serie mogen zien, en hij is heel indrukwekkend. Al is het qua familie meer Nederlands dan Afrikaans. De familie Keppel spreekt in de serie zeer Nederlands. Het weinige Afrikaans dat ze bezigen, lijkt meer op Nederlands dan Afrikaans. Het is een keuze, maar voor een serie die in de voetsporen van het Duitse Heimat staat, zoals de regisseur Michiel van Jaarsveld wil doen geloven, is het wat zwakjes.

Zuid-Afrika is namelijk meer, of zoals Etienne van Heerden het beschrijft in het gedicht ‘Genie’:

Van der Merwe trou met Van der Merwe
generasies wat kruisbestuif en sterwe;
familieplase vererf van geslag tot geslag
na kinders wat soos koggelmanders lag.