Vandaag een dagje alleen met Doris. De televisie staat aan en we kijken samen naar Fifi en haar bloemenvriendjes. Fifi is een vergeet-me-nietje en kan het werk allemaal niet meer aan. Ze raakt verstrikt in haar werkzaamheden, zo druk heeft ze het. Ze krijgt het gouden advies van haar spin-vriendinnetje Pinnetje met de vele armen. Pinnetje schrijft op wat ze ‘s morgens moet doen, anders vergeeet ze het.
Een cursus organiseren ontspint zich in het verhaal. Plannen voor peuters, daar lijkt dit nog het meeste op. Fifi tekent alles op een velletje papier. Haar vriendje Bombus moet ze leren vliegen en daarnaast is er nog veel te doen. Ze doet het planmatig en geordend. En ja hoor, het lukt.
Hoe ver moet je nu gaan met dit soort dingen? Als ik om mij heen kijk loopt iedereen over van het werk. Dingen worden niet gedaan of te laat opgeleverd. Het lijkt een ziekte van deze tijd. Maar of voor een peuter de planning in het gedrang komt, betwijfel ik. Aan de andere kant, met plannen kun je niet vroeg genoeg beginnen. Stel dat je te laat komt op zwemmen, of de peuterspeelzaal vergeet. Lijkt me meer dat dit aan de planning van de ouders ligt, dan aan de planning van de peuter.