Zijn ze nou mooi of lelijk, de ruim honderd gebouwen die vandaag tot rijksmonument zijn gebombardeerd? Ik kan me herinneren dat ik ze vroeger lelijk vond als ik met mijn ouders mijn geboortestad bezocht. Die wereld van licht, glas en beton. Vooral in Rotterdam tierde deze lelijkheid welig in het centrum. Het deed mij menigmaal verlangen naar een stad die ik niet gekend had, de stad van voor het bombardement. Zo afschuwelijk kil vond ik deze bouwwerken die zo vlak na de oorlog uit de grond waren gestampt.
Als ik nu deze wereld van licht en glas zie, zoals het Groothandelsgebouw, dan treft mij het kolossale, monumentale en de grootsheid van deze bouwwerken. Het optimisme dat eruit spreekt. Alsof het beton oorlogen, geweld en natuurrampen kon bezweren. De kracht die vanuit deze gebouwen komt, riep bij mij destijds afschuw op, maar maakt nu plaats voor bewondering en verwondering.
De lijst nieuwe rijksmonumenten bevat bijna vanzelfsprekend veel bouwwerken uit de gebombardeerde stad Rotterdam, waaronder vier bankgebouwen die de banken overleefd hebben (zoals de Amsterdamse Bank, de Nederlandse Handelsmaatschappij, de Twentsche Bank (alledrie aan de Blaak) en de Rotterdamse Bank aan de Coolsingel).
Het indrukwekkende Centraal Station van Rotterdam is de dans ontsprongen. Vond ik eertijds de enorme hal met de grote glazen wand spuuglelijk, met die mensgrote dia’s waarop de haven afgebeeld stond, laatst nam ik van dit opmerkelijke gebouw met weemoed afscheid. De slopershamer zal inmiddels ver zijn met de afbraak van die markante stationshal. Dat terwijl een vergelijkbaar gebouw, het station van Eindhoven de lijst wel gehaald heeft.
De Rotterdammers zullen wel vinden dat ze genoeg rijksmonumenten hebben gekregen in één dag. De stad heeft vandaag een inhaalslag gemaakt als het om rijksmonumenten gaat.