Eigenlijk was het enige boek dat zaterdag op mijn verlanglijstje stond, het boek van Frans-Willem Korsten over Vondel. Als ik dat zo lees, dan is het ontzettend jammer dat zijn taal zo ver van de onze staat. Daarmee komt zijn werk zo archaïsch en verheven over op de hedendaagse lezer, terwijl het zo speels en het enthousiasme overal in doorklinkt. Het boek Vondel belicht, Voorstellingen over soervereiniteit laat zien dat Vondel dichter bij ons staat, dan we vaak denken.
Enthousiast geworden door het verhaal van Korsten het gedicht ‘Roskam‘ er maar eens bijgehaald. Het gedicht haalt de politieke huichelarij door de roskam. Draait het echt om geloof, of is er een ander doel. Hypocrisie is van alle tijden, want het speelt nog altijd. Een draaikonterige PvdA die haar kiezers niet serieus neemt en geen referendum wil, omdat een coalitiegenoot dat niet wil en ze bang voor ruzie in de tent zijn. Of het idee dat de enige die het komend jaar erop vooruit gaan, de kamerleden zijn. Het zijn allemaal zakkenvullers is niet zo’n rare gedachte, als die in je opkomt.
Pas toen ontdekte ik dat het Twentse weekblad De Roskam mogelijk een verwijzing is naar het gedicht van Vondel. De Roskam is het halfzacht eitje van de Twentenaar en oude stadsgenoot Han Pape uit Almelo. Vanmiddag tijdens de lunch kwam zijn weekblad even ter sprake. Ik heb het blad nooit zo bijzonder gevonden en heb mij er altijd over verwonderd dat het blad kan voortbestaan met hooguit enige duizenden abonnees. De abonnees zijn volgens mij voornamelijk knorrepotten. Mogelijk dezelfde knorrepotten die Vondel lezen, maar dan omdat die zo lekker archaïsch overkomt.