Maak je nu een grapje, of meen je het? De ironist zweeft tussen waarheid en grap. Niemand begrijpt hem, of neemt hem serieus en als hij eens serieus is, ziet iedereen het als een ironische bedoeling.
Arnon Grunberg laat zich niet meer zien bij een prijsuitreiking. Het prijzengeld kan wat hem betreft naar een goed doel. De zeehondjes verdienen meer aandacht dan hij. Het is zijn reactie op de woordenwisseling die hij met medegenomineerde en winnaar van de AKO-literatuurprijs A.F.Th. van der Heijden.
Van der Heijden vond het niet eerlijk dat Grunberg met hem, een medegenomineerde de vloer aanveegde. Het past niet om bij een wedstrijd elkaar voor verrotte vis uit te maken, was zijn opvatting. Toen Grunberg er zijn zoon bij haalde, steigerde A.F.Th. helemaal. Met zo iemand wilde hij niet in dezelfde ruimte zitten.
Het was allemaal ironie, zegt Grunberg nu in De Morgen. ‘Had ik maar geschreven dat Wolkers en Mulisch dienen te worden doodgeknuppeld in een concentratiekamp zoals Reve deed in de jaren tachtig. Want dat is ironie.’ Nederland is sinds 2001 zo ziek geworden, dat ze de ironie voor ernst aanziet. Daarom zal Grunberg zich aanpassen en niet meer verschijnen bij een prijsje.
Voor mij liet de polemiek zien dat schrijvers elkaar alleen nog maar voor verrotte vis kunnen uitmaken. Terwijl de hele wereld brandt, miereneukt hij op de komma over de stijl van een collega. Welk doel hij hiermee dient, weet ik niet, maar het laat eerder zien dat schrijvers het liefst duiken in een bad irrelevantie.
Overigens moedig ik de beslissing van Grunberg aan om weg te blijven bij evenementen. Schrijvers zijn geen sterren die op televisie moeten verschijnen. De echte ster blinkt in hun boeken. Schrijvers kunnen het sowieso beter bij schrijven laten. Hun mediaoptredens vallen vrijwel altijd tegen. Ze maken van de schrijver een mens, terwijl hij eigenlijk gewoon een schrijver moet zijn, die boeken maakt. De boeken vormen een eigen wereld, waarin een schrijver van vlees en bloed vooral niet past.