Zojuist zat Andre Rieu bij De wereld draait door. Krankzinnig succes boekt die man en vanuit die verwondering ben ik even naar Wikipedia gekropen. Daar las ik dat hij die walsen speelt op een Stradivarius uit 1667.
Dat hij zo’n commercieel succes heeft, dankt hij aan een heus gevoel voor de werking van de wals op het publiek. Tenminste hij wilde dat bij De wereld draait door doen geloven. ‘Mijn vader was dirigent. Dan gaf hij een concert en zat ik als klein jongetje tussen het publiek. De hele avond was dan Beethoven en zo gespeeld en tot slot gaf hij als toegift een wals. Ik merkte dat het publiek dan deinde en de hele sfeer veranderde.’
Vanuit die constatering is hij aan de slag gegaan. Nu toont hij zich als een heuse dijenkletser, die de walsmuziek bijna banaal presenteert. Weekt hij het oergevoel van de mens los, of hebben al deze mensen gewoon geen gevoel voor muziek.
Als ik denk aan de werking van muziek, dan denk ik vooral aan de voorspeelavonden op de muziekschool. Die eindigden steevast met de BigBand. De ernst van de avond, verwisselde met het geluid van trompetten en drums. Hier lag meer het gevoel van schaamte en ergernis die door de gereformeerde koppen trok, dan een heus gevoel van het publiek.
Overigens gaf Rieu aan niet naar China te willen. Hij wilde dat mensen in alle vrijheid naar zijn optredens kunnen. China was daarvoor te communistisch. Vreemd dat zo’n publiekstrekker en populist dat vindt. Heeft hij toch iets charmants.