ik denk aan hoe het
toch kan dat het
niet is zoals het
had moeten zijn

de dagen drukken
tegen mijn buik
dat vraagt
aandacht en zorg

als de regen dan
langzaam valt dan
zoeken mijn ogen dan
de weg en houden

keurig de wacht aan
de juiste kant
van de weg
dicht bij het gras

dan fietst een man
eendrachtig en recht
op mij af op mijn
weghelft zonder dat

hij uit de weg gaat
rijdt hij recht in
mijn vizier en wijkt
niet van mijn zij

alsof mijn helft
zijn helft is, rijdt hij
recht op mij af
en mompelt of ik gek ben

of zoiets schiet rakelings
langs mijn mouw
zijn adem voel ik
zuchten naast mij

nog eens kijk ik
gedachten verlaten
mij als de schim uit
het hoofd van de gestoorde

ik rijd helemaal
niet op mijn helft
maar op zijn helft
aan de linkerkant