De kunstkenner en -verteller Pierre Janssen is overleden. Hij heeft veel mensen warm gemaakt voor kunst en ze vooral leren kijken. Soms gleed hij uit de bocht met meningen over de intenties van de schilder, maar hij kon buitengewoon mooi verwijzen naar de rol van de kijker.

Vanavond zag ik zo’n fragment in het NOS-journaal. Hij zegt dit in 1988 in het televisie Zomergasten:

“Je moet voortdurend aan de werkelijkheid waarin je leeft, vormgeven. Al is het dat je moet vormgeven aan je chef, aan je ondergeschikte, of aan je vrouw en je eigen kind. Die kunnen er wel zijn, maar als je er geen vorm aan geeft, dan zijn ze er toch niet. Ze kunnen wel honderd keer om je heen zijn, jij moet ze opnieuw maken, wil je ermee kunnen leven. En dat kan dan, dat ziet u hier dat dat kan. Heel klein en heel compleet, zo klein en zo groot als het leven zelf.” (wijst naar een minuscuul beeldje van een paardje, niet groter dan zijn pink)

Hierin benadrukt hij dat je in je hoofd iets moet vormen. Je kunt wel een vrouw en een kind hebben, ze kunnen om je heen dartelen, maar je moet ze vormen geven. Anders bestaat het niet. Zo kon hij dus ook naar een schilderij kijken. De essentie van kunst: kijken en alles meebeleven. Alleen zo kun je effectief kijken naar kunst. Zo is het met literatuur ook: je kunt niet de intentie van de auteur reconstrueren, je kunt alleen je eigen vormgeven proberen te reconstrueren.