Ooit is de parlementaire democratie uitgevonden omdat de simpele lieden zich niet wilden vermoeien met de moeilijk kwesties. Met plezier stonden ze hun stem af aan een deskundig en alwetend mens. In de veronderstelling dat de keuze van de deskundige de goede keuze zou zijn voor hem.
Het lijkt of politici hun deskundigheid volledig aan het verliezen zijn. Zoals de hele discussie over de 1040 uur die middelbare scholieren jaarlijks moeten draaien. Ieder verstandig mens weet dat kwantiteit helemaal niks zegt over kwaliteit. Mensen die hun uren draaien omdat ze deze nu eenmaal moeten draaien, leveren niet per definitie goed werk af.
Bovendien laat de geschiedenis van het onderwijs zien dat bemoeienis van bovenaf meestal tot ellende heeft geleid. Scholen moeten meer vrijheid krijgen om op eigen wijze invulling te geven aan het onderwijs dat ze geven. Alle ambtelijke bemoeienis van wijze mensen die totaal geen gevoel hebben met de werkelijkheid, het levert meer minder, dan meer meer op. Ik betwijfel of het kostbare en tijdrovende onderzoek dat de Tweede Kamer momenteel doet naar het onderwijs, deze uitkomst oplevert.
Laat ons parlement vooral kwalitatief goede richtlijnen opstellen met deskundige hulp. Daarna moet ze een goed controleorgaan de scholen laten controleren op deze richtlijnen. De scholen die onder de maat presteren, de juiste begeleiding te geven en desgewenst onder curatele te stellen. Je baseren op basale dingen als een urennorm, laat zien dat je het onderwijs en haar leerlingen absoluut niet serieus neemt. Ik begrijp de leerlingen en hun woede wel. Eigenlijk vind ik dat eens goed naar ze geluisterd wordt. Als ik iets geleerd heb van de moderne jongeren, is dat ze heel goed kunnen argumenteren, beter dan al onze huidige 150 parlementariërs bij elkaar. Dan is er ergens heel veel hoop voor de toekomst.