De bouwmarkt op vrijdagavond. Gisteravond ben ik toch maar even naar de bouwmarkt gegaan om klusgerei voor dit weekend te halen. Kleurrijk zijn de gangpaden, boordevol lampjes die kerstsferen moeten oproepen. Ik wandelde er als enige man tussen een even kleurrijk arsenaal aan vrouwen. Klussen mannen nog wel, vroeg ik mij af.
Zoals dat gaat bij een bouwmarkt, liep ik vanmiddag weer door de gang van de Praxis met een zak geelband gips. Nu moest ik de keufelende moeders ontwijken. Ze snuffelden tevreden tussen het kerstgroen, schoven gordijnen uit de houders en roken aan een plank. De kinderen krioelden om hen heen, maar dat stond de winkelpret niet in de weg. Ik droeg de 25 kilo poeder in mijn armen en kon een vrouw ternauwernood ontwijken.
Een jaartje terug liep ik op zondagmiddag door de bouwmarkt. Overal liepen gezinnen en stelletjes, maar ook vrouwen alleen. Alsof het leuk is om in je vrije tijd door een bouwmarkt te slenteren. Ik ben altijd de weg kwijt in de bouwmarkt en kan de spullen die ik moet hebben niet vinden. Al loop ik zes keer de hele bouwmarkt af, pas als ik het vraag vind ik het. Dan brengt een medewerker mij in de gang waar ik al acht keer door liep, maar waar ik dat schroefje echt niet verwachtte.
De enige vrouw die de bouwmarkt verschrikkelijk vindt, is mijn schoonmoeder. ‘Mogen we nu naar huis?’ zeurde toen we nog geen minuut binnen stonden. ‘Jullie mannen vinden al die schroefjes en nippeltjes leuk, maar wij hebben er niks mee’, dramde ze toen we na vijf minuten buiten stonden. ‘Wij houden niet van de bouwmarkt.’
Ze heeft niet om zich heen gekeken, giegelde ik in mijzelf. Er liepen namelijk meer vrouwen dan mannen.