Hebben jullie hem niet gezien vanmorgen
Mijn collega vertelde hoe de volle maan groot
Onderging bij het vallen van de dag vanmorgen
Of schermen de huizen hem hoog van je weg

Als kind had ik eens de maan zijn ronde schijf
Zien uitzwellen boven het begin van de straat
Over de huizen droomde ik de mare overdag
Van het einde der tijden en Jezus’ terugkeer

Ik las het boek van Johannes in gedachten
Schalden de bazuinen en de trompetten
Terwijl het gordijn de hemel opende
Knipoogden zon en maan naar Gods stem

Zojuist zag ik hem bij het krieken
Van de avond wiegde hij zich langzaam
Wakker tussen de bladerloze takken
Omhelsde hij een deken van wolken