Doris heeft een beetje last van haar oren. Daarom ging ik de stad in om paracetamol voor haar te halen. Onderweg passeerde ik de Blokker waar ik recht tegen de opruimingstafel liep. Gebroederlijk lagen daar de vrienden Bert en Ernie tegen elkaar.
Het prijskaartje dat aan de knuffels hing, liet weinig twijfel bestaan. Deze twee moesten mee. Het was de laatste Ernie en er lagen nog twee Bert-en. We willen sinds Doris’ geboorte deze knuffels. Het was nu of nooit.
Ik liet de twee knuffels inpakken door de verkoopster. Bij het thuiskomen wees Doris al naar de plastic zak waar het cadeaupapier uitstak. ‘Tatoos, tatoos’, zei ze en ik gaf haar het eerste pakje. Ze pakte het uit. ‘Bert’, juichte ze en wees naar het andere pakje ‘Ennie?’ Ze griste het andere pakje uit de tas en scheurde het papier. ‘Ennie’, riep ze ter bevestiging. Heel even was ze haar zere oor vergeten.
Ze zijn echt onafscheidelijk die twee, zelfs een kind van tweeënhalf is zich daarvan bewust.