Ze zetten hun voeten in de grote gaten van de parkeergaragewand en klauterden zo omhoog. Het was een groepje jongens dat op weg was naar school. De groep verdeelde zich snel in een paar jongens die vlotjes omhoog klommen. Daarna kwamen de wat trageren. Eentje aarzelde nog, maar klom later toch omhoog. Het ging langzaam en ik vreesde dat hij ieder moment naar beneden zou storten.
Beneden bleef één jongen staan. Zijn rugzak straalde uit dat hij ook niet van plan was. De langzame klauteraar was eindelijk boven en de hele groep keek naar beneden naar de jongen. ‘Loser, loser’, riepen ze in koor naar de jongen beneden. Hij woof met zijn hand een gebaar van afkeuring. ‘Ach man’, mompelde hij en liep van de muur weg.
Ik klom het fietspad bij het station weer omhoog. Voor mij stonden de losers boven op het dak van de parkeergarage te schreeuwen en stond de held beneden. Precies zoals ik zou hebben gedaan toen ik zou oud was. Ik was veel te veel een schijterd voor waaghalzerij en koos de verstandige weg. Net als deze held van het verhaal.