Ze slenterde achter een kinderwagen met trage pas. Een te klein trainingsjasje kleurde groen haar ronde figuur af. De volle borsten drukten de open rits verder naar beneden. Ze leken ieder moment uit het jasje te kunnen barsten.
In de wagen lag een kind, goud omhelsde de hals van het meisje en naast haar slenterde een slungel van een kerel. Hij droeg een donkerder trainingspak, zonder de witte strepen op de mouwen.
‘Yeah, but, no, but’, hoorde ik opkomen in mijn gedachten. Ze kauwde kauwgom en staarde leeg de verte van de winkelstraat in. Ze bestaan echt de Vicky Pollards van de comedieserie Little Brittain. Misschien is dat de kracht van de serie, je kunt de karakters gewoon in het echt tegenkomen. Net als ik gisteren, midden in het centrum van Almere.
Ik draaide me even om toen ze gepasseerd was. Het vet rond haar billen sidderde bij iedere stap in de groene trainingsbroek. ‘Yeah, but, no, but’, hoorde ik bij iedere stap die ze zette.