De biografie over Den Uyl levert flink wat media-aandacht op. In al het feestgedruis liet de internetzender ‘Geschiedenis TV’ afgelopen week een prachtige documentaire zien over Den Uyl met de veelzeggende naam ‘Premier Den Uyl’.
De jaren zeventig heersen niet alleen in de wijde broekspijpen en de oranje bloesjes. Ook de hele houding van het kabinet toont vrijheid en blijheid. Zo vraagt de documentairemaker of hij mee mag rijden met de kersverse premier. ‘Dat is prima’, zegt Den Uyl tegen de onvoorbereide vraag. In de auto probeert de verslaggever te zeggen hoezeer hij onder de indruk is van de lift. ‘Ach’, zegt Den Uyl, ‘we moeten er geen gewoonte van maken, maar zo voor een keertje moet dat kunnen, vind ik. Het hoort bij mijn werk.’ Ondertussen bladert hij wat in een stapeltje papieren op weg van Catshuis naar torentje. Het is allemaal spontaan, niet doordrenkt van de taal van voorlichters, misdienaars, woordvoerders en spindoktoren.
Ik waardeer zo’n antwoord. Het overheidsgeld is van ons allemaal, dus waarom zou de gewone man niet gewoon een lift krijgen met de premier?