Ik hoorde gesnater van boven komen en tuurde het luchtruim af. Het bleef aanhouden vanaf dezelfde plek. Even later zag ik het verschijnsel: een woerd en een vrouwtjeseend. Het vrouwtje snaterde rond, terwijl het mannetje op enkele meters van haar stond. Ze stonden niet op een reguliere verblijfplaats. Ze snaterden namelijk op de nok van het pannendak.
Ik was enigszins verbaasd over het verschijnsel, hoe de dieren geland waren met hun platvoeten en hoe ze zonder omvallen en balanceren over de nok liepen. Zelfs het waggelen hadden ze afgeleerd.
Ik herinner mij hoe ik mij verbaasde over het zien van een reiger op de nok van het dak. Sindsdien zie ik ze dagelijks. Of een reiger die hoog in de boom landt. Het blijft een vreemd gezicht, maar is een algemeen waargenomen verschijnsel geworden. Misschien dat mijn dakeenden over een tijdje door iedereen snaterend op de nok van het pannendak worden waargenomen.