Net geen dominee, net geen priester en net geen dichter. Huub Oosterhuis kreeg vandaag in de uitzending van Een Vandaag aandacht. Hierbij werden zijn zoon Tjeerd en dochter Trijntje geïnterviewd. Wat ze allemaal van hem geleerd hadden: solidair zijn met de ander, maar dat werd ze vooral niet opgedrongen. Alles heeft hij zijn kinderen op een vrije manier bijgebracht. Hij maakte zich hard voor de Chilenen die geen democratie hadden. Dat bracht hij hen bij, aldus zoon Tjeerd.
Aanleiding voor dit alles was de nieuwe dichtbundel van Oosterhuis, Wie bestaat. De vaagheid slaat je om de oren, uit de gedichten in de bundel die ik op internet vind, zoals ‘Zondag’:

Zondag

Op ronde wielen
door zonovergoten velden
gleed ik
naar de afgesproken plaats
waar ik de woorden
zou geven.

Vrolijk keerden
de gekomenen huiswaarts.

Op vierkante wielen
schokte ik
terug naar de spelonk
waar ik de woorden
ontvang.

Wat ik nu aanmoet met vierkante wielen waarop het lyrisch ik terug naar de spelonk schokt. Een tegenstelling die alleen een terugkeer naar de eerste strofe beoogt, maar verder totaal geen betekenis herbergt. En wat moet je met woorden die je eigenlijk zou geven, maar die je uiteindelijk ontvangt. Vaagheid ten top.
Dan heeft hij het misschien goed gedaan met zijn kinderen Tjeerd en Trijntje. De namen alliteren net niet, maar dat net niet hoort bij Oosterhuis. Als je weet dat Trijntje zichzelf in Amerika Trainche noemt, dan schiet de dichterlijke creativiteit je rond de oren. Trijn vertalen in train, een betere schermutseling tussen ‘ij’, ‘ei’ en ‘ai’ is niet denkbaar. Of het zou een lancering in Duitsland moeten zijn als ‘Zugchen’.