‘Ja, ik moet zo’n heel smal batterijtje hebben’, zei ik tegen de verkoper. Ik keek door de waas van een dag werken. ‘Wat bedoel je?’ vroeg hij. Hij kreeg dezelfde waas voor zijn ogen. ‘Nou, gewoon zo’n heel smal batterijtje. AA, geloof ik.’ Ik wees naar een kartonnetje waarin twee batterijtjes geplakt zaten en die mij smal genoeg leken.
Hij liet zijn hand gaan langs de grootste batterijen, twee kartonnetjes af van mijn verpakking. Ik schudde met mijn hoofd, op zoek naar begrip. ‘Het ligt natuurlijk waar u ze voor nodig heeft?’
Hij keek van mij weg, alsof het hem niet interesseerde. ‘Nou, ik heb ze nodig voor zo’n ding’, antwoordde ik vaag. Ik staarde in gedachten naar mijn computerscherm en zag de teksten, data en plaatjes aan mijn oog voorbij trekken.
Hij keek nu helemaal naar buiten, het antwoord interesseerde hem niet meer. Ik was reddeloos verloren. ‘Nou’, probeerde ik nog een keer, zoekend naar het ding waar ik niet op kon komen. ‘Nou, gewoon zo’n ding, waarmee je typt. Een draadloos toetsenbord.’ Ik had gewonnen, in één ruk draaide zijn hoofd in mijn richting. Ik wees weer naar de smalle batterijen. ‘Die?’ ‘Ik denk dat je deze moet hebben’, en hij toonde mij een setje AAA-batterijen.
Ik keek nog eens goed, probeerde voor de geest te halen hoe die dingen eruit zagen die ik twee dagen terug uit mijn draadloos toetsenbord haalde, en wist het. ‘Ja, die.’ Ik probeerde mijn sympathie nog te redden uit de verstrooide indruk die ik moest maken. ‘Die moeten wel heel klein zijn.’ Op het kartonnetje stonden vier hoofdletters A. Het vertelde mij genoeg. Ik had mijn prooi.
Zojuist heb ik ze erin gedaan en ze passen…