Kronkelweggetjes waarbij we achter een vrachtwagen de heuvels op en af gaan. De vrachtwagen achter ons sandwicht ons bijna tegen de vrachtwagen voor ons, die gedwongen door zijn voorgangers ook niet veel harder dan veertig rijdt.
De tocht naar het Moezelstadje Bernkastel-Kues vraagt geduld en veel ootmoed als je dezelfde toeristenroute neemt als wij. Gelukkig is de weg die het sterkst afdaalde, de weg waar vrachtwagens niet geduld worden.
Getroffen word ik vooral door het ziekenhuis, het Krankenhospital in Kues dat heel mooi vanaf Bernkastel te zien is. Het koor met het witte pleisterwerk en de rood geverfde stenen rond de gotische ramen is een adembenemende combinatie. Zeker ook het idee dat deze kapel de Middeleeuwse bibliotheek van de theoloog Nicolaus Cusanus herbergt. Het behoort tot een van de best bewaarde privé-bibliotheken uit deze tijd.
Wij lopen hier echter aan voorbij, een peuter van bijna drie kun je niet echt blijmaken met een museum. Wij kiezen voor een gebakje in een van de vele koffiehuizen rond een van de vele pleintjes van Bernkastel. We laten ons verrassen door de vakwerkhuizen en duiken tenslotte zelfs een wijnwinkel in. Uit eigen wijngaard, zegt de verkoopster erbij. Ze drukt me een folder in handen over Bernkastel-Kues die ik allang heb, maar haar vriendelijkheid zorgt ervoor dat ik hem even hartelijk aanneem als de vorige bij de VVV.
Het doosje met wijn moet de regen trotseren die ons behoorlijk toetakelt als wij de brug oversteken. Langs het Krankenhospital lopen we naar de auto die in de parkeergarage in het oude treinstation staat geparkeerd.
De regen slaat ook tegen de autoruit en we kiezen voor de minder toeristische route naar huis: de Duitse Autobahn.