Een Abdeikerk en een marktplein. Dat is Echternach. In mijn herinnering ligt de kerk met de westgevel prachtig tegen het gezellige marktplein aan. Het steegje waarin ik loop, loopt evenwijdig aan de kerk, het hoogteverschil zorgt voor een blinde muur. Als ik het hoekje om kom, verrast mij het gezicht. Geen marktplein en geen kerk.
De westgevel grenst wel aan een plein, maar dat past meer in het verlengde van de kerk. Huizen langgerekt zoals bij de entree van kastelen of landhuizen, maar niet een heus marktplein.
Dat ligt verderop. Ik passeer het raadhuis, de beelden achtervolgen mijn gang en kom op het centrale plein van de Luxemburgse stad.
Mijn herinnering heeft mij in de steek gelaten en ik ben een beetje teleurgesteld. Het is minder mooi dan mijn herinnering ervan gemaakt had.
Ik troost mij met de nieuwe beelden en maak een nieuwe herinnering.

‘Misschien is het wel leuk om die oude jeugdboeken, Pim, Frits en Ida of Snuf de hond, nog eens na te lezen. Het lijkt met geweldig’, zei ik jaren geleden tegen een vriendin. Doe dat nooit’, gaf zij als antwoord. ‘De herinnering aan de verhalen die erin staan is veel mooier dan de verhalen zelf.’