Ze maken kirren en piepen naar elkaar. De kraaien vliegen af en aan van en naar de dakgoot bij mijn studeerkamer. Vooral ‘s avonds hoor ik ze flink tekeer gaan. Ik hebeen paar keer het raam opengedaan en ze verjaagd, maar ze keren keer op keer terug.
Blijkbaar hebben ze zich op de hoek van de daggoot genesteld. Nu is het te laat om in te grijpen, maar volgend jaar zal ik de nodige maatregelen moeten treffen om recidive te voorkomen.
Het uitzichtpunt in de oude zeilschepen heet ook een kraaiennest. Soms voel ik mij zo vanuit mijn studeerkamer als de zeelieden boven in de mast van het schip. Ik kijk dan vanuit mijn raam over de gracht en zie dat het goed is.
De kraaien zitten er helemaal niet zo ver naast met hun nestkeuze.