Een kasteel zoals een kasteel moet zijn. Dat is het kasteel van Vianden. Victor Hugo zag al in de ruïnes wat ik nu in de reconstructie zie. Machtige torens, lieflijke daken en prachtige klaverbladramen.
Het is geweldig om door dit herbouwde kasteel te lopen. Je voelt de wind die de jonkvrouwen meenemen als ze voorbij gaan. De paardenhoeven trappelen op de binnenplaats en de ridderkleren kletteren als ze ten strijde trekken.
Al die poortjes, smalle gangen en overweldigende ruimtes maken het tot een heuse belevenis, die ondanks de reconstructie je heel dicht bij het verleden brengt. Je proeft de geschiedenis en beleeft de Middeleeuwen, zoals alleen in de sprookjes gebeurt.

Ik ben nu drie keer in het kasteel van Vianden geweest, met vijftien jaar tussen de laatste keer en nu. En altijd als ik het kasteel zie, moet ik denken aan een jeugdvriendje van mij. Hij heette Matthie en had, zoals hij het noemde, ‘Spaans lego’. Een ingenieus blokjesstapelsysteem waarmee je alleen kastelen kon bouwen. Het speelgoed heette zo omdat zijn ouders het gekocht hadden bij een bezoek aan Spanje.
De ronde hoektorens die wij met dit speelgoed bouwden, waren de torens van Vianden. Zelfs de daken waren hetzelfde. Helaas heeft Vianden slechts één hoge hoektoren, maar als ik die toren zie, moet ik altijd even aan Matthie en het Spaans lego denken.