Een gevoel van weemoed vermengt zich met een gevoel van verlangen. De post van een paar weken die op je wacht, de boeken die in de nieuwe bibliotheekkamer wachten om gestreeld te worden en het uitzicht over de gracht. Of gewoon mijn eigen bed. ‘Er is geen lekkerder bed dan je eigen bed’, vindt mijn schoonmoeder.
De weemoed ligt in de wereld die ik de afgelopen twee weken leerde kennen. De heuvels, het groen, de broodjes, de knakworstjes en de Schinken. Ik heb met ze kennisgemaakt en moet ze nu weer in de steek laten. Een vriendschap te kort om echt vrienden te worden, maar in mijn geheugen is een nieuwe herinnering aan een landschap met haar steden.
Als we met volle magen van het ontbijtje wegrijden, is het goede voornemen voorbij Keulen te komen. Nu rijden we via Duitsland terug en de wegen zijn hier beter. Ook mag je hier sneller rijden. Het zal niet moeilijk zijn om onze missie te laten slagen.
Als de snelweg in zicht komt en de snelheid eindelijk op gang komt, doemen de bespiegelingen op in het geheugen. Hoe leuk het was en dat we zeker nog een keertje terug zullen gaan. We hebben niet alles gezien en de volgende keer gaan we dat dus wel doen.
De eerste wegversperring licht op in de vorm van een verkeersbord. Langzaam rijden, wegwerkzaamheden. Wat verderop mogen we niet hard rijden omdat de weg zo slecht is. We hobbelen als op de Belgische snelweg. Weer wat verder kachelen we 13 kilometer lang in een slakkengang voor weer andere werkzaamheden. ‘Papa, sneller rijden’, roept Doris vanaf de achterbank. Tijd om te pauzeren, Keulen ligt niet achter ons, maar naast ons, omdat we via Venlo besluiten te rijden. Dat Duitse Roergebied is niet alles.
Bij Nederland houdt de snelweg abrupt op. De Duitsers vinden Venlo belangrijker dan de Nederlanders. Als we dan eindelijk op de juiste snelweg naar het Noorden rijden, hebben we spijt dat we het Roergebied negeren. Wat zouden we ver geweest zonder de Nederlandse snelweg.
Het is vertrouwd en beschamend tegelijk als we in de file staan iets na Nijmegen. Maar als na A12 en A30 een bordje met Almere op de A1 verschijnt, dan voel ik mijn hart wat sneller kloppen. Weer thuis. Zou het huis er nog staan, is het niet leeggeplunderd en leven de vissen nog?