Als ik hoog de diepte in kijk
zie ik ze traag buigen
in een klein rondje
keren ze de gracht

De zon troebelt het water
en schijnt mee op de rug
de warmte fluistert
dat het zo lekker is

Ik verzin mijzelf een vogel
– zo’n lange zwarte
speer glanst bij de duik-
en hap de hap zo naar mij toe