Daar lag hij dan: de Verzamelde gedichten van Simon Vestdijk. Hoe vaak ik het boek niet geleend heb uit de bibliotheek van Almelo. Hoe vaak ik twijfelde het te houden. Ik zou dan tegen de medewerker zeggen dat ik kwijt was. Maar ik kon het niet over mijn hart verkrijgen. Het zou anderen beletten kennis te maken met deze bijzondere dichter.
De prijzen die ik eerder zag waren teveel voor mij, maar toen ik hem vorige week op Marktplaats zag, sloeg ik toe. Nu ligt de kloeke tweede druk, drie delen in één band, voor mij. Eindelijk ben ik samen met heel mooie gedichten en vooral heel veel gedichten.
De gedichten hebben een bijzondere plek in het oeuvre van Vestdijk. Hij die sneller schreef dan God kon lezen, een regel uit het dichtspel Swordplay – Wordplay met A. Roland Holst, een aantrekkelijke strijd in kwatrijnen, ook in deze bundel opgenomen. Voor Vestdijks gedichten geldt hetzelfde als voor zijn romans, het zijn er veel. De Verzamelde gedichten beslaan ruim 1300 pagina’s aan gedichten. Dan is er ook nog de bundeling Nagelaten gedichten, die ook 700 pagina’s bevat.
Een overdaad in kwantitatieve zin. De kwaliteit van het mindere werk stijgt echter ver boven de rijmelarij van veel hedendaagse dichters uit. De bundeling gedichten van diverse dichters bij Rembrandts 400ste geboortedag, twee jaar terug, slaat een mal figuur bij Vestdijks Rembrandt en de engelen vijftig jaar eerder. Elk gedicht van Vestdijk levert minstens een glimlach op, of zet je eventjes aan het denken.
Dat de bundel die ik verworven heb voor 40 euro zo gloednieuw eruit zou zien, had ik in mijn stoutste dromen niet durven dromen. Hij is werkelijk prachtig en doet ongelezen aan. De bladzijden geuren alsof ze voor het eerst weer openslaan na jaren. Soms knisperen ze een beetje in tussen de vingers.
Als ik hem in gedachten naast de bundel uit de Almeloose bibliotheek leg, dan kan ik niet anders dan tot hetzelfde oordeel komen: ik ben de enige die de gedichten van Vestdijk nog leest.
Nu de Nagelaten gedichten nog…