Uit de serie kantinegesprekken:

C: ‘Wat ik laatst zag, zou dat een grap zijn? Ik vraag het me echt af of ze het bewust hebben gedaan. Zoiets doe je toch niet serieus? Bij Kruidvat stond buiten een bord met de mededeling Dat kost niet duur.’
B: ‘Ach, hou toch op. Dat zijn mijn vader altijd. Het kost veel of het is duur. Nou, van mij mag je wel zeggen dat het duur kost.’
C: ‘Maar zo’n reclamebedrijf zou toch genoeg mensen moeten hebben die het goed schrijven.’
B: ‘Net zoiets als ergeren en irriteren. Hoe was het nou? Ergeren aan was fout. Nee, je ergerde je, of: je irriteerde je aan iets. Geloof me, hij heeft het er zo in gestampt, dat ik het nu spontaan vergeten ben.’
C: ‘Ik geloof nooit dat je dat serieus fout doet. Er hebben zoveel mensen naar gekeken.’
B: ‘Ach, taal verandert toch. Trouwens, volgens mij snappen jongeren de grap dan niet eens.’
C: ‘Het lijkt wel of ik van een andere planeet kom. Met mijn neefjes heb ik het gevoel dat ik twee werelden verder ben. Kijk B, ik sta van jou één wereld af en dan van je dochter nog één verder. Ik word oud, geloof ik.’