We drinken een glaasje water na het tanden poetsen. Het is een gebruikelijke ritueel voor het slapen gaan. Doris zit op de gesloten wc-pot, ik op het krukje. Ze voelt over mijn vanmorgen geschoren baard. ‘Baard weg’, zegt ze. ‘Ja’, antwoord ik. ‘Er zitten hele kleine haardjes aan, babyhaartjes.’ Ze voelt nog een keer en zegt: ‘babyhaar’. Ze kijkt me aandachtig aan en slaat de vlakke hand op mijn hoofdhaar. ‘Papahaar.’
Ik denk dat we elkaar begrijpen. Ik leg mijn hand op haar hoofd. ‘Dat is ook Papahaar.’ Doris slaat resoluut mijn hand weg. ‘Nee. Dorishaar.’