We lopen langs de gracht. De warmte zorgt ervoor dat de hondenpoep op de helling naar het water in onze richting geurt. Een meisje pakt de kleine stenen die bestraat liggen op het smalle stukje tussen huis en pad.
Doris houdt mijn hand vast bij het lopen. ‘Wat doet het meisje?’ vraagt ze. ‘Ze stapelt stenen.’ We passeren het meisje. ‘Hajo meisje’, zegt Doris. ‘Hallo’, zegt het meisje terug. ‘Het meisje zei hajo’, zegt Doris trots.