Voor een week had ik ze allebei nog niet en kon het mij enkel toewensen. Nu bezit ik zowel de Verzamelde gedichten als de Nagelaten gedichten van Simon Vestdijk. Gisteravond zag ik de Nagelaten gedichten op de deurmat liggen, de hond Sientje had de bundel godzijdank niet opgevreten en het kaft had de val van een meter overleefd.
Ik schreef vrijdag zo vol vuur over mijn wens, dat ik direct op internet zocht en de bundel voor een zeer acceptabele prijs vond bij antiquariaat Boek&Glas in Amsterdam.
Weer zo’n gaaf exemplaar ligt er nu naast mij. De geur van het papier is vergelijkbaar, totaal ongebruikt, vrijwel geen letter gelezen en afgesleten. Het lezen van de gedichten roept alleen maar verbazing op. Ik proef en lees geen verschil met de gedichten van de Verzamelde gedichten. Altijd keurig af en degelijk in elkaar. Geen onverlet woord en geen zinloze gedachte. Zelfs hele cyclussen zoals Amsterdam, Tranen, Portretten van jeugdvrienden of Korte berichten uit het Vondelpark. Alsof elk nagelaten gedicht voorbestemd was voor de drukpers.
Aan Nagelaten werk hangt altijd zo’n vies geurtje. Het zijn meestal de gedichten die het net niet haalden, half af en klungelige rijm. Bij Vestdijk is dit geenszins het geval. De gedichten tonen een dichter die die zijn vak verstaat. Wat leuk is, zijn de vertaalde gedichten van Rilke en Dickinson. Ze doen niet onder met het de vertalingen in Verzamelde gedichten.