Wie hardloopt balanceert op de rand van de blessure. Toch zoek je voortdurend die grens op. Als die grens dan onverwacht wordt verlegd, zit je goed met de gebakken peren. Het overkwam mij gisteren bij de training.
Ik wilde weer eens een ander rondje lopen en vooral niet te lang. Een uurtje of anderhalf, liefst niet langer. Ik besloot weer eens het wilgenbos in te gaan. De vorige keer, daags voor de vakantie naar Duitsland, was het enigszins anders gegaan door de Rally, maar ik wist mij een weg te banen tussen alle belemmeringen en afzettingen door. Uiteindelijk had ik enkele honderden meters moeten omlopen.
Ook nu kwam ik door het wilgenbos en keerde terug langs de Lepelaarsplassen aan de kant van de vaart. Ik passeerde een afzetting die keurig opzij geschoven was. Mogelijk stond er iets in het verschiet voor binnenkort. Verder geen mededelingen.
Een fietser haalde mij in, een vrouw met een hond liep mij voorbij. De fietser kwam ik veel verderop weer tegen, hij reed mij nu tegemoet. Voorzichtig begon ik te weifelen en een paar honderd meter werd ik geconfronteerd met een open brug. Het doorhaaltje naar de zuidkant van de Noorderplassen was weg.
Teruglopen betekende de hele rit weer terugrennen, iets waar ik weinig trek in had. Ik rende een eindje terug en kreeg het alternatief, boven de Noorderplassen langs. Er was een doorhaaltje naar de nieuwe woonwijk waardoor ik waarschijnlijk een kilometer of vier extra moest lopen dan ik in mijn hoofd had.
Ik holde vermoeid de woonwijk tegemoet, zag een fietspad met mooi omringende lantaarnpalen. Ik kwam dichterbij. Het beloofde doorhaaltje was verdwenen, water lag er in plaats van een fietspad of een schelpenpad.
Ik moest helemaal omlopen, nog zeker zes kilometer erbij, wat mij fataal werd. Ik kon niet meer, voelde mij bedrogen en was bek af. Een paar woedekreten riepen in de richting van de kale woonakker. Een paar overvliegende ganzen antwoordde in een gak of wat.
Pas bij de dijk zag ik het bordje dat ik zeven kilometer eerder had moeten zien. De brug naar de Stad was defect, of we even anders wilden lopen. Te laat, het leed was al volop aan het geschieden. Ik voelde de boosheid in mijn kuiten en bovenbenen verzuren.

Nogmaals verzoek ik de gemeente Almere met alle spierpijn en krakende botten die ik nu heb, om afzettingen met alle liefde en begrip voor hardloper en wandelaar nog beter te verankeren. Dat scheelt kilometers en uren spierenleed. Ik heb uiteindelijk tweëenhalf uur gelopen, terwijl er voor anderhalf aan energie was. Dat merk ik vandaag de hele dag.