De ramen worden dichtgetimmerd met stukken multiplex, precies op maat. In het deurkozijn klemt een balk schuin omhoog. Het rijtje huizen aan de Amsterdamse Vijzelgracht is ernstig verzakt.
De hoge hijskraan voor de huizen takelt niet de gereedschappen voor de metrotunnel, maar haalt een grote container omhoog, over de huizen heen, en laat hem bij het achterraam hangen. De verhuisdozen worden ingeladen.
Voor het huizenblok holt een advocaat heen en weer, mobieltje aan het oor, druk orerend. De lawaaiige hoogwerkers staan stil, alleen stoot een machine schokkend grondwater weg.
Voor het hek hangt een man, hij nipt van zijn sigaar en maakt een heus aura van sigarenaroma. ‘Geld genoeg’, mompelt het. ‘In Amsterdam kan het allemaal’, moppert hij verder. ‘De overkant is ook aan het zakken. ‘t Was gisteravond op AT5’, vervolgt hij zijn tirade. We kijken. Er zit een scheur in de daklijst, maar dat kan ook ouderdom zijn. ‘Het kan allemaal in Amsterdam.’ Ik vraag hoe ik verder kom. ‘Gewoon daarheen en dan kun je zo verder.’ Hij wijst de steeg in naast het woonblok.
Als ik me nog even omdraai, zie ik hem van de sigaar nippen en aandachtig in de richting van de dichtgetimmerde ramen kijken. ‘In Amsterdam kan het allemaal’, zie ik hem mompelen. Een groepje toeristen kijkt verbaasd naar de wegversperring. De man wijst in mijn richting en gebaart hoe ze verder moeten.