Het Wereldnatuurfonds leidt achttien jonge mensen op tot ambassadeurs om het veranderende klimaat op de kaart te zetten, meldt NRC Next vanmorgen. De achttien jongelui maken een poolreis om te zien dat het ijs voor hun ogen wegsmelt.
Je moet het zien, een voorbeeld hebben, om het te duiden, is de gedachte. Je gaat minder autorijden als je een ijsbeer door het ijs ziet zakken, terwijl zijn jong van hem afdrijft op een schotsje groot als een pantoffel. De pantoffel wordt alsmaar kleiner en kleiner, tot het dier verzuipt.
Neem daarom iedereen mee naar de Noordpool en we zullen vanaf die dag zuinig zijn met het milieu. Geschrokken door de ervaringen die we onderweg tegenkwamen. De verbrande kerosine zorgt voor voldoende nieuwe warmte om minstens de helft van de reizigers een schok te bezorgen. De hele Noordkap is dan gesmolten op de warmte van al die anderen die uit waren op een schrikervaring.

Ik geloof niet in ambassadeurs die het minder-evangelie op basis van een bezoekje aan de Noordpool overtuigend kunnen brengen. Het milieu is een veel te ver van mijn bed show. Het artikel beschouwt aanverwante onderwerpen als de dure olie en de voedselcrisis als concurrenten, terwijl ze juist een aanvulling op het verhaal vormen.
Heel ordinair gezegd: de wereld kan het niet aan als elk mens vijf keer per jaar een vliegreis maakt voor een vakantie naar de zon. De olieprijs stijgt en zal alleen maar stijgen omdat de vraag toeneemt en er niet meer olie is. De boel gaat op. De schok is er pas als alles op is. Tenzij verstandige mensen opstaan en de wereld, en vooral de mensen op die wereld wakkerschudden. Tot die tijd zoeken achttien jonge ambassadeurs vergeefs in het poolijs naar een ijswereld die zij nooit gekend hebben en nooit zullen kennen.