Twee zonnen staren mij aan
en knipogen links en rechts
van het bosje bomen

Door de wolken schijnt
de zon en iets ernaast
schijnt er nog eentje

De schijn spiegelt bijna
symmetrisch in de lijnen
die vliegtuigen trokken

Alsof de schijn bedriegt
en de zon geen tweeling
is die mij aardig toelacht

Misschien zweeft rechts
van mij een schijnwereld
vol met aardige mensen

of duiveltjes