Ik ren voor een bui uit
en een bui holt voor mij

De regen slingert in slierten
uit de dreigende wolken

Uit de schoorsteen cirkelt
geelbruine rook de bui in

Het straaltje plas mengt
in het water van de toiletpot

Ik ruik een walm van
hondenpoep langs de waterkant

Hoe kan het dat er mensen zijn
die dat niet ruiken, vraag ik mij af

De druppels regen vallen traag
en lijken een stortbui in het water

De bui zit mij op de hielen
hij hijgt vlak achter mij

Als ik een wedstrijd liep
was ik tweede geworden

Net voor hij goed en wel
valt, stap ik mijn droge huis in