Het kan erg leuk zijn om een boek uit 1977 eens op te pakken en te lezen. Horen, zien en zwijgen van Gerrit Komrij werkt dertig jaar na dato nog steeds op de lachspieren. Ik heb het een paar weken in mijn bezit en lees er af en toe een pagina uit. Het boek behandelt het televisiejaar 1976. Gerrit Komrij keek een jaar lang voor NRC Handelsblad televisie. Op zijn eigen wijze doet hij hier verslag van de beelden uit de kleurentelevisie die hij van de krant kreeg.

De televisie is weinig veranderd. Sommige helden van weleer verschijnen nu nog op de buis. Van Ivo Niehe hebben we nog altijd last. Rob de Nijs, Gerard Cox, Martine Bijl en Ben Cramer, ze leven niet alleen, maar ze vertonen hun koppen dertig jaar later nog steeds op het beeldscherm. De prestaties verschillen niet veel met de tegenwoordige tijd.

De ergernissen zijn evenmin veranderd:

Het is mei en ze ontvallen je weer één voor één, de programma’s. Geen zinsnede hoor je de afgelopen weken zo vaak op de treurbuis dan ‘Voor de laatste maal in dit seizoen ziet u…’ […]
Waarom staat dan de tv vijf maanden op een laag pitje? […]
De winternonsens is in elk geval voorbij en we krijgen nu de geïnflateerde zomernonsens.

Heerlijk om dit te lezen, want we kijken nu al bijna twee maanden naar herhalingen. Het maakt televisiemakers lui, goede televisieprogramma’s zijn uitzondering.

Of sport op televisie:

Sport, of wat daar onder verstaan wordt, is het enige waarvoor op de jammerkast alles moet wijken. Nagenoeg niets kan of mag, maar als er om vier uur ‘s nachts in Chattanooga, Tennessee, een bokswedstrijd is, dan zien we het.

Of het programma-aanbod:

Elke manager die voor zo’n wanbeleid verantwoordelijk zou zijn, voor het minachten van miljoenen cliënten, was in iedere onderneming, al betrof het een strijkboutenassemblagebedrijf, op staande voet ontslagen. Maar ons omroepstelsel is er op gericht zoveel mogelijk mensen tegelijk te treiteren.

Ik geniet hier van en betreur het dat in onze tijd de kritische geest ontbreekt. Van mij mag Komrij wel weer een jaartje het leed van de treurbuis bespreken.