Voorzichtig schuif ik de braamtakken opzij en trek met evenveel zorgvuldigheid de vruchten los. De struik berokkent mij met haar doorns meer schade aan, dan ik de struik schade berokken. Schaamtevol zie ik hoe een deel van de struik is vertrapt door andere bramenplukkers.
Als ik dan aan de andere kant van de vaart bij alle bramen kan, vraag ik mij af hoe het mogelijk is. De vruchten hangen op plukhoogte voor mij. Een deel van de struik is keurig weggesnoeid en scheuten voor volgend jaar lijken niet te bestaan.
Ik dacht dat snoeien en natuurgebieden nooit elkaars vrienden waren, maar verderop is aan weerzijden van het fietspad meer dan twee meter groen gekapt. Ik fiets nog wat verder door en zie dat de struik waar ik zondagavond bijna een kilo bramen van plukte bijna helemaal is verdwenen. Een paar takken zijn zo gekneusd dat de groene bramen die eraan hangen, nooit meer rood zullen worden.
Misschien passen de prachtige struiken niet in het groenbeleid van de natuurbeheerder. De bramenplukker in mij huilt om de vruchten die in de knop gebroken zijn. Achterop de bagagedrager bengelt 1,3 kilo verse bramen. Gered van het snoeimes van de natuurbeheerder.