Ik ga tegenover hem zitten, hij snijdt net een broodje doormidden. De fijne korrels bovenop verraden dat het een maïsbroodje is.
Hij steekt direct van wal en praat in mooie volzinnen. Ik weet niet hoe hij heet, maar ik laat hem praten. Als ik vraag wat hij wil worden, zegt hij notaris. ‘Je houdt van documenten?’ antwoord ik in een vraag. ‘Nou, dan moet je als je wat ouder bent zeker het Olografisch testament van Belcampo lezen. Dat is echt een verhaal voor notarissen’, vervolg ik wat later.
Dan hebben we het over spannende films. Hij vindt ook wel dat de Orc’ s uit Lord of the Rings ook wel eng zijn. ‘Monsters zijn niet mijn ding’, concludeert. Ik beken dat ik het niet zo op enge scènes heb. ‘Ik lees liever over monsters dan dat ik ze op een televisiescherm zie’, vertel ik hem. ‘Ja’, antwoordt hij bevestigend. ‘Dat heb ik nou ook. Mijn vader leest iedere avond voor uit Lord of the Rings. Dan zijn Orc’s maar drie letters en veel minder eng.’
Als mijn buurvrouw dan over een heel enge film begint, zwaait hij met zijn hand. ‘Dat is niets voor hem. Monsters zijn niet zijn ding.’