Mij verbaast het niet dat er mensen in de Tweede Kamer zitten die inbreken of terroristische acties beramen tegen ambtenaren. Dat gebeurt in meer landen. Schurken schoppen het dikwijls tot premier. Koningen en prinsen verrijken zich en hoeven zich voor niemand te verantwoorden. Schoonvaders die het niet meer weten of sloeries die hun complete verleden verdoezelen.
Dat alles verbaast mij niet. Wat mij wel verbaast is dat de man in kwestie zelf zijn galgenmaal bereid heeft. Compleet met soep vooraf en een schattig slagroomrijk toetje. De beste kerel zit al zes jaar in de volksvertegenwoordiging en geen haan kraaide. Zelfs geen hen wist een zachtgekookt eitje in de richting van de actievoerder te werpen.
Ik herinner mij één rel van een komend kamerlid. Het ging om de VVD’er Hans van Baalen. Hij wilde tot de kamer treden, maar enkele journalisten onthulden een verleden met rechtsradicale sympathieën. Hij zou in zijn pubertijd ooit een briefje hebben geschreven aan Glimmerveen. Ook zou hij onder de vlag van zijn dispuut het ‘Horst Wessel lied’ hebben gezongen.
Hij is later zonder veel herrie in de Tweede Kamer gekomen. Het bleef onduidelijk of hij echt de brief geschreven had en de verhalen over het dispuut hingen erg op vage verhalen. Dat gaat wel vaker bij dat soort clubjes, waar drank en haat met elkaar optrekken als twee goede vrienden.
Beide dingen laten zien dat de Nederlandse journalistiek, met de AIVD voorop, falen in het onderzoek naar nieuwe parlementariërs. Ik pleit niet voor politici met schone handen, hebben ze in het verleden geen misdaden gepleegd, dan gaan ze het wel later doen.
Waar ik voor pleit is voor dit soort open discussies vooraf en niet als hetzelfde kamerlid met precies hetzelfde verleden na zes jaar kamerlidmaatschap ineens niet schijnt te deugen. Achterafpraat, is dat.
Eerlijkheid en openheid horen immers de kurk te zijn waar de democratie op drijft. Deugdelijkheid valt hier buiten. Wat voor de één deugd is, is voor de ander een misdaad. En andersom.