De TV staat aan voor Sesamstraat. Eindelijk weer televisie zonder naar hollende, gooiende of hangende mensen te kijken. Vreugde, blijdschap, een traan van ontroering en zweet van geluk verlaten mijn lichaam door al mijn poriën.
Tot het embleem van Studio Sport in beeld verschijnt. ‘Ze zijn toch klaar’, verzucht ik. Dat zijn ze inderdaad, alleen moeten ze nog gehuldigd worden in het Olympisch stadion van Amsterdam.
Geen Pino, Ienniemienie, Bert en Ernie, maar een hossende menigte die voor de zoveelste keer de persoonlijke overwinningen van een groep individuen viert.
‘Kijk’, zeg ik als eindelijk een uur later een bloeiende penisplant in beeld verschijnt. ‘Dat noem ik een prestatie. Tien jaar lang dag in dag uit bemesten, ertegen praten, niet op vakantie en een huwelijkscrisis. Dat noem ik een prestatie.’ Ik zie de tuinman van de hortus in Leiden zuchten en steunen, maar hij houdt moed en presteert als een topsporter.
Wat er straks van over is? Een rottend en uitgebloeid geval, maar duizenden hebben een glimp opgevangen van de grootste bloem ter wereld.