Ze kreeg het ding van een bekende: een Tinky Winky, die geen Tinky Winky is. Het paarse geval maakte al een verschrikkelijk lawaai terwijl het nog in het inpakpapier zat. ‘Het is toch geen lawaaiding’, verzuchtte ik. ‘Ja, is er tegenwoordig niks anders meer te koop’, hoorde ik als excuus.

Ongetwijfeld hebben kleine kinderen het ding aan elkaar gelijmd. De batterijtjes zitten achter zulke kleine schroefjes verborgen. Alleen kleine kinderen kunnen de benodigde schroevendraaiers daarvan vasthouden. Het is mij niet gelukt om ze open te draaien.

En het ding maakt een verschrikkelijke herrie.
Keihard dendert er een liedje uit als je op een telefoonknopje drukt. Wanneer een peuter het paarse geval tegen zijn oor houdt, heeft hij direct een meervoudige gehoorbeschadiging, vrees ik. Bovenop zit een lampje. Als je daarmee in je ogen schijnt, zie je de hele dag een rode vlek. Ik snap niet dat dit ding is goedgekeurd voor kinderen vanaf drie jaar.

Daarom vond ik het helemaal niet erg dat Doris het ding in de watertafel buiten doopte. Er borrelde wat water omhoog en hij zweeg. Ze gooide de nep-Teletubie in de fietstas van Inge’s fiets. Tot we gisteren de boodschappen op het ding legden. Keihard klonk de herrie omhoog.

Ik testte of het lampje bovenop het ook nog deed. Hij scheen wat minder fel, maar brandde nog wel. Doris vond het geweldig dat hij het weer deed en doopte de peutervriend weer in het water van de watertafel.

Gisteravond heb ik hem op de foto gezet en daarna heel discreet in de vuilcontainer gegooid. Ik weet zeker dat als de vuilophaal woensdag komt, wij nog veel herrie zullen horen.