Gisteren ontmoette ik voor het eerste van mijn leven een Nederlander die de dubbele negatie gretig hanteerde. Niet volgde steevast op zinnen waar nooit, geen en niet zat. Wat een vreugde om zo iemand in levende lijve mee te maken.

Ik genoot ervan en besloot dat ik onmiddellijk ook de dubbele negatie in mijn taal ging invoeren. Heerlijk om te zeggen dat je het geen gezicht niet vindt. Of dat je nooit niet komt. De woorden van de man klonken als poëzie, terwijl hij hele normale dingen over koffie en stacaravans vertelde.

Even snel als de gedachte in mij opkwam, verliet hij me weer. Dat kan nooit niet de bedoeling zijn. Een kunstmatig geproduceerde zin verliest het namelijk altijd van deze native speaker van de dubbele negatie.