‘Volgens mij heeft Martin Bril weer kanker.’ Ik vertelde het Inge op een avond ergens in augustus. Mijn rss-feed had mij bij een column van hem gebracht. De zieke man stond er boven en het ging over een zieke man thuis. Er is voor een vrouw niets ergers dan een zieke man thuis.
Hij vertelt het nonchalant, tussen de regels door. Alsof er niets aan de hand is, een griepje, een lichte hoest, misschien een verkoudheid. Maar het is kanker, las ik. Het stond er niet zo. Misschien had Martin er bij het schrijven zelf nog niet aan gedacht.
Niemand had het erover, tot twee weken terug een heel enthousiast in NRC Next stond: Martin Bril is terug. Geruchten vertelden volgens de krant dat hij het niet meer zou redden, de kanker had hem opnieuw te pakken. Maar hij was er weer, terug en hoe. Een uitvoerige bespiegeling volgde en een vergelijking met internationale schrijvers van alure. Hoe hij van niets nieuws wist te maken en hoe knap dat was.
Voor mij is hij nauwelijks weggeweest. Op zijn weblog gingen de verhalen gewoon door, soms wat minder frequent, maar hij bleef schrijven. Allemaal konden we weten dat hij niet met vakantie was, maar voor zijn leven vocht. Een zieke man thuis. Soms een weekje niets en dan een kort stukje. Genoeg om af en toe even te kijken hoe het met hem ging.
Ik ben heel blij dat Martin Bril terug is. Gewoon omdat ik me zo in hem herken. Dan denk ik dat ik dat eigenlijk ook zou moeten kunnen. Rondrijden en een stukje schrijven. Iedere dag. Ach, waarom ook niet.