‘Dat gebeurt bij deze trein altijd’, had ze kwaad gezegd. Ze droeg een gebreide muts en zocht een medeslachtoffer. In mij vond ze die niet, ik trok mij direct terug in de stinkende wachtruimte.

De man die in de vorige trein tegenover mij had gezeten, was iets gewilliger. Zijn knieen stonden licht gekromd, de benen steunden een beetje stuntelig op een paar wandelschoenen. Aan weerszijden van zijn kale knikker stonden verwaarloosde bossen haar. Zijn uitstraling deed me iets aan Maarten ‘t Hart denken. Hij bladerde toen hij nog tegenover mij zat in een tijdschrift waarbij hij wat langer stopte bij een kop over pixels die je voor de gek zouden houden. Geen schrijver, maar misschien wel een fotograaf.

Nu stond hij bij de dame en knikte als ze een paar woorden gesproken had. Ik bedacht ineens dat het natuurlijk heel mooi zou zijn als twee eenzamen elkaar zo troffen. Daar kan geen datingsite op internet tegenop. We misten de trein, maar haalden elkaar.