Hoe schattig klonk de miauwende kat die mijn aandacht vroeg eergisteren. Ik had net gehold en hing zittend tegen de muur aan. De poes naderde mijn in kringelende bewegingen, de staart alert in de lucht. Ik aaide haar en ze knorde en spon tevreden.
Hoe ergelijk klonk vannacht het kattengejank van een krolse kat. Ze hield me met haar gekrijs door het nachtelijk duister uit de slaap.
Ik zag haar net, een kater hing aan haar kont. Ik deed maar of ik het niet zag.