Het stinkt er heel erg naar zweet. Hier gaat het niet om de sporthal op zondagmorgen, maar om de kroeg. Mijn collega verklapte mij maandagmorgen met een diepe geeuw dat ze was uitgeweest dit weekend. De kroeg stinkt, nu er niet meer gerookt wordt, vond ze. ‘Er kan beter weer gerookt worden, want nu stinkt het naar zweet en schraal bier.’
Hoe vreemd het ook klinkt, ik ben al meer dan een jaar niet meer in een kroeg geweest en nu ik vanavond voor het eerst sinds tijden een drinkgelegenheid bezocht, merkte ik het ook. Het oude, vertrouwde luchtje was er niet. Het rook ook niet fris, maar anders.
Stinken vond ik het ook niet. Het rook gewoon anders dan het altijd geroken heeft, maar stinken zou ik het niet willen noemen. De kroeg is de rooklucht kwijt en daar is een ander luchtje voor in de plaats gekomen. Dat is wennen, maar ik vind tegelijk dat de rokers van mij altijd buiten mogen staan.
Het voelt wel heel fijn om gewoon zonder doorrookte kleren thuis te komen en niet het gevoel te hebben dat mijn strot schraal is van de rook die ik ingeademd heb.
Trouwens de omgeving rond de kroeg wordt ook veel gezelliger. We stonden buiten nog wat na te praten en om ons heen kletsten de rokers heel gemoedelijk. Ik had het gevoel dat het buiten de kroeg even leuk was als binnen.