De trein minderde al vaart, langs het dorpje Groenekan passeerde de gele duivel het zwembad Blauwkapel. Achter de naam stond 30, met een rondje erboven. Ik vroeg mij af of dat de temperatuur van het water duidde.
De rij huizen lag ingeklemd tussen een drukke weg en de sloot die strak langs de spoorbaan liep. Het viel me op hoeveel huizen leeg stonden, of er was een steiger tegen de achtermuur gebouwd.
Voort ging de minderende vaart en plotseling werd ik getroffen door een verdedigingswal. Wat moet het heerlijk zijn om daar doorheen te lopen met de hond, of gewoon trimmend. De groene wallen hielden nu vooral de oprukkende stad tegen, want voorbij flitste het bordje ‘Utrecht’, kwamen de kruispunten en druktemakers in beeld.
Pas nu besef ik dat ik voorbij het Fort Blauwkapel reed, een vestigingwerk dat deel uitmaakt van de Hollandse waterlinie. Bij het googlen liep ik tegen een gruwelijk scenario aan: nieuwbouw. Ook een projectontwikkelaar heeft de schoonheid van de negentiende eeuws verdedigingswal ontdekt en wil er een stel huizen op plempen. Ze noemen het herontwikkeling.