Ik geloof dat ik droom in muziek. De laatste dagen ben ik helemaal vervuld van Sigur Ros. De film Heima, die vertelt over de toer van de band door geboorteland IJsland, was vorige week te zien op Canvas.
De leegte, de dorheid van het landschap en de verhalen van de plekken waar de acht muzikanten musiceren. Het maakt de film tot een heuse belevenis. Je hoeft dan echt niet altijd van alles te houden, maar de muziek past altijd in elkaar.
Vanmorgen werd ik wakker met een wijsje. Voor mij het bewijs dat je in muziek en wijsjes kunt dromen. Ik holde naar de cd-speler om het te draaien. Het is het nummer Heysátan dat opent met een lang harmoniumakkoord, waarna xylofoon, gitaar en basgitaar traag het ritme bepalen. De zang en trompetten erbij en je houdt het niet meer.

Pas bij het luisteren van het nummer op internet, hoorde ik dat niet alleen Sigur Ros muziek maakt. Het gefluit van de vogels vermengt zich met de rustige muziek. De lange pauzes maken en breken de spanning. Al versta ik de taal niet, het lied dat zanger Jón Þór Birgisson (Jónsi) zingt raakt bij mij de gevoelige snaar van het sentiment.
Zou de tekst er echt niet toe doen?