Ik fietste in de richting van het tunneltje, maar zag iets achter mij. Het beeld was nog niet compleet voor mij, ik draaide mij al fietsend om en keek nog eens goed. Ik liet mij meenemen in de mensen die aan de andere kant van het water liepen, veel verder terug. Mijn ogen stelden zich scherp, maar ik kon het nog niet goed genoeg zien.
Tot ik mij omdraaide en twee fietsers naast elkaar vlak langs mij reden. ‘Lul’, hoorde ik mijn oor voorbij suizen. Bijna had ik mij nog een keertje omgedraaid, maar ik moest hem gelijk geven.